Edwards Stadsontwerp

8 februari 2018

Smart Metropolia Gdansk 2017



In november 2017 werd weer het Smart Metropolia-congres gehouden in Gdansk. Circa 700 deelnemers gingen met elkaar in de slag over het thema 'Spatial relations in the Metropolitan Region'. Een vaag geformuleerd thema - en dus een breed scala aan bijdragen van de sprekers. Daaronder vooral veel bestuurders van Oost-Europese overheden en vertegenwoordigers van Europese instanties.

Danny Edwards was één van de ontwerpers die een meer praktische insteek in de discussie bracht. In zijn bijdrage bond hij de aanwezigen op het hart om te focussen op slechts die paar zaken die voor de Oosteuropese burger werkelijk belangrijk zijn: Huisvesting voor alle inkomens, werk en een betere inbedding van Europese projecten in de locale setting. Want dat laatste gaat nogal eens fout. Europese subsidies gaan vooral naar grote projecten, met als voorwaarde dat het geld binnen 24 maanden uitgegeven moet zijn. Klinkt op het eerste gezicht verstandig, maar het gevolg daarvan is dat er geen enkele inbreng van lokale burgers mogelijk is in projecten. Daar is domweg geen tijd voor. Met als resultaat allerlei paradepaardjes waarvan zowel de ruimtelijke kwaliteit als de maatschappelijke relevantie twijfelachtig zijn.

Verder legde Edwards de vinger op de grote achterstand in digitale infrastructuur op metropolitaan niveau. Binnen steden gaat ruimtelijke planning snel vooruit, maar geen overheid die werkelijk weet wat er aan de hand is in de regio. En geen manier om daarover kennis en data uit te wisselen omdat standaarden ontbreken.

Tot slot liet Edwards zien het de space syntax-methode een eenvoudige maar zeer waardevolle werkwijze biedt om licht in die regionale duisternis te brengen. Wie zijn bijdrage en die van Tobias Woldendorp - over sociale huisvesting - wil nalezen kan dat hier doen. En de video in het Pools nakijken kan hier.



 

stad en mobiliteit

5 februari 2018

Tender Stad van de Toekomst gewonnen!

Voor de tweede keer in twee weken tijd een tender gewonnen: Dit keer Stad van de Toekomst. We gaan onderzoek doen naar kansen en problemen van ontwikkeling van de locatie Haven-Stad in Amsterdam: Een geplande, grote uitbreiding van de stad met uiteindelijk 70.000 woningen, aan weerszijden van het IJ.
Focus van het onderzoek ligt op de relatie tussen gebiedsontwikkeling en toekomstige mobiliteit, maar we nemen veel meer aspecten uitgebreid mee. Zoals klimaatadaptatie, circulariteit, toekomstige woonvormen en de vaak vergeten sociale aspecten. We werken daarom samen in een team van Hoope+Plevier, Except, FutureConsult, Ymere en Wim Derksen.
Uiteraard maken we bij dit alles intensief gebruik van de space syntax-werkwijze en diverse andere state-of-the-art methodes.


We hebben er veel zin en hopen de studie in november dit jaar af te ronden. Daarna volgt nog een publicatie.

space syntax

11 september 2017

Fietsersgedrag, crowdsourced data en space syntax

Afgelopen week een workshop gegeven op het jaarcongres van de Royal Geographic Society in Londen. Aan een select en hooggeleerd gezelschap liet ik zien hoe je met verschillende sets crowdsourced mobiliteitsdata [zoals Strava en Fietstelweek] en de space syntax-methodiek samen succesvol een betrouwbaar beeld kan schetsen van fietsersstromen binnen en buiten de stad.



De Fietstelweek is een uniek Nederlands fenomeen dat fietsgebruik in de stad uitstekend in beeld weet te brengen. Op grote delen van het platteland ligt het gebruik van de app echter te laag om zinvol gebruik van de schaarse data mogelijk te maken.
Strava is een app met een grote, juist regionaal georiënteerde gebruikersgroep. Met Strava-data zou die regionale lacune in de Fietstelweek-gegevens gedicht kunnen worden. Echter, de vraag is hoe die twee data sets op een betekenisvolle wijze te combineren? En bovendien: Die Strava data, dat zijn toch heel uitzonderlijke fietsers die helemaal niet representatief zijn?

Aan de hand van een uitgebreide case study in de Drechtsteden toonden we aan hoe hoe de vork in de steel zit. Eigen telslang-tellingen van de gemeente zijn - door hun gekozen telpunten - vooral goed in het zichtbaar maken van lokaal fietsverkeer op wijknivo, Fietstelweek-data excelleert vooral op de stedelijke schaal en Strava inderdaad op de regionale schaal. Al deze data sets correleren op die manier netjes met het space syntax-model van de Drechtsteden.

Ssx vs Strava+Fietstelweek

De drie belangrijkste lessen uit dit experiment met werken met big data zijn dat het combineren van datasets uit verschillende bronnen een must is, dat modelleren nog steeds cruciale meerwaarde heeft en dat data zoals gedownload door de verkeersonderzoeker niet perse identiek is aan de data zoals in eerste instantie geüpload door de gebruiker.
Ook is er een belangrijke les die beslissers als politici en bestuurders nog moeten leren: Volg nooit blindelings de conclusies uit data-onderzoek. Data leert je iets over het verleden, maar modelleren ook iets over de toekomst. Investeren in de drukst gebruikte fietspaden bijvoorbeeld levert niet de beste fietsstad op. Daarvoor is een bredere blik nodig.

space syntax

17 mei 2017

Ruimte voor de Economie van Morgen

De Gemeente Amsterdam lanceerde enkele weken terug haar nieuwe concept-visie op het reilen en zeilen van de stedelijke economie van de komende jaren: Ruimte voor de Economie van Morgen. Vorig jaar zette Amsterdam al met Koers 2025 in op de bouw van minimaal 50.000 nieuwe woningen in de komende tien jaar. Deze nieuwe visie bouwt daar logisch op voort.



 

Steden als Amsterdam ontwikkelen zich als economische motor en als hotspot voor toekomstige werkgelegenheidsgroei. De één wat sneller dan de ander. Een deel van de Amsterdamse bedrijventerreinen zal de komende jaren transformeren tot nieuwe wijken; monofunctionele kantoorgebieden zullen zich ontpoppen tot aantrekkelijke gemengde woon-werkwijken. Die daardoor paradoxaal genoeg weer aantrekkelijker worden voor kantoren. Met Ruimte voor de Economie van Morgen biedt Amsterdam zo economische bouwstenen voor nieuwe gebiedsontwikkeling.

Die ontwikkeling moet dan wel aansluiten bij actuele vestigingstrends en behoeften. Daarvoor is diepgaande achtergrondkennis nodig van de robuuste netwerkstructuur van stad en regio en de 'langzame processen' die in die netwerken hun fundament vinden. Die complexe relaties tussen netwerkstructuur, stedelijke mobiliteit en sociaal-economische activiteit kunnen de stad maken en breken.



Daarom is het goed te zien dat een geavanceerde netwerk-analyse tool als space syntax voor het eerst een plekje heeft weten te veroveren in een Amsterdams beleidsstuk: Een illustratie van de 'fietseconomie' van de stad, zoals onderzocht en verbeeld door Edwards Stadsontwerp, is opgenomen. Hopelijk is dit het begin van een zo langzamerhand noodzakelijke verdiepingsslag in het denken over het functioneren van de stad Amsterdam. Want de stad zit anders in elkaar dan zowel burgers als beslissers op hun netvlies hebben. Het werkelijke hart van de stad ligt allang niet meer in de 17e Zeeuwse binnenstad, maar in de 19e Zeeuwse zone rond het Museumplein.
En dat soort geleidelijke verschuivingen vindt in veel meer steden in Nederland plaats!

event

15 september 2016

Balans van de Leefomgeving 2016

In een bomvolle Grote Zaal van Pakhuis de Zwijger vond gisteren de Nacht van de Leefomgeving plaats. De tweejaarlijkse beleidsevaluatie ‘Balans van de Leefomgeving 2016’ van het PBL werd ceremonieel aan minister Melanie Schultz van Haegen overhandigd. Dat rapport schetst de stand van zaken en de uitdagingen voor het milieu-, natuur- en ruimtelijk beleid, aan de hand van vragen als: Hoe kunnen we sneller verduurzamen? Welke innovaties zijn nodig voor energietransitie en een werkelijk circulaire economie? Wat kunnen markt en burger doen en waar ligt een taak voor de overheid?



De bijeenkomst werd - voor een publiek in meerderheid bestaande uit vegetariërs! - afgetrapt door schrijfster en filosoof Stine Jensen. Een filosoof is volgens haar iemand die uitsluitend geraadpleegd wordt in tijden van crisis. En zelfs dan geen oplossingen biedt, maar alleen extra vragen. Waar sociaal-psycholoog Robert Levine past-, now- en future-maatschappijen onderscheidt, zo pleitte Jensen voor een maatschappij die hoofd en hart integreert: Filosofie en empathie.

Hans Mommaas, directeur van het Planbureau, presenteerde vervolgens het rapport Balans van de Leefomgeving en de bijbehorende website. Hij concludeerde dat het goed gaat met onze ‘Kleine leefomgeving', maar niet zo goed met de ‘Grote leefomgeving’. En dat is logisch, want grote issues zijn lastig urgent te maken. Het huidige kabinet heeft zich niet voor niets erg gericht op juist die kleine leefomgeving van ons huis en het cirkeltje daar krap omheen. Mommaas greep de gelegenheid aan om juist de vier grote opgaven te benadrukken.
Ten eerste energietradities en het terugdringen van broeikasgassen. Dat gaat nog lang niet zo hard als nodig is: Mondiaal niet en in Nederland niet. Waarbij hij met een nogal ongelukkig voorbeeld kwam van KLM-vliegtuigen die in Los Angeles wèl biobrandstof kunnen tanken en op Schiphol niet. Ongelukkig, omdat biobrandstof veel nadelen kent: Ontbossing, voedselonzekerheid, watergebruik en een netto energie-opbrengst die vrijwel nul is.
Ten tweede het conflict tussen natuurwaarden en de landbouw. Een meer natuurinclusieve landbouw is noodzakelijk, maar een concreter ‘wenkend perspectief’ daarvoor weet nog niemand echt te schetsen.
Ten derde de oplopende verschillen tussen groei- en krimpregio’s, of anders gezegd: Tussen winnaars en verliezers. Verbreding van sociaal-economische kansen is nodig om dat niet uit de hand te laten lopen.
En tot slot het daadwerkelijk vormgeven aan de circulaire economie. Er is een enorme experimenteerdrift en tal van initiatieven. Maar ook een oerwoud aan regels en gewoonten. Hoe gaat dat alles landen op een manier waarin alles elkaar werkelijk versterkt?



Melanie Schultz van Haegen, minister van I&M, staat bekend als iemand die moderne technologieën omarmt. Zij benadrukte de rol van de markt bij innovaties. ‘Als het even tegenzit moet de reactie niet zijn dat het Rijk het maar moet overnemen’. Ze sprak de hoop uit dat die nieuwe ontwikkelingen er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat straks de auto misschien niet meer het probleem is. De vraag hoe ze dat dan ruimtelijk en sociaal voor zich ziet werd niet gesteld. Een feestelijke bijeenkomst tenslotte.

Auteurs Melchert Reudink en Niels Sorel stelden de Balans van de Leefomgeving samen aan de hand van twee simpele vragen: Doen we de dingen goed, en, doen we de goede dingen. En daarbij stuitten ze meermalen op dilemma’s. Zoals de sterk in opkomst zijnde scharrelstallen voor kippen. Goed voor de kip natuurlijk, maar ook een bron van extra fijnstof in de directe omgeving. En zo zijn er veel afwegingen. Vaak tussen korte en lange termijndoelen.

Ewald Breunesse is sinds 2005 Manager Energietransities bij Shell. Hij richt zich daarbij op ontwikkelingen die ‘voor de markt hangen’. In die 11 jaar heeft hij in het debat een verschuiving gezien van het centraal stellen van energiezekerheid naar een focus op klimaatverandering. Dat is, zoals hij aangaf, een verbouwing waarbij de winkel open met blijven. Met als helder doel om bijvoorbeeld voldoende energie uit zonnepanelen te halen om die zonnepanelen ook in voldoende aantallen te kunnen maken. Pas dan zijn zonnepanelen een duurzame oplossing.
Wat CO2 betreft werkt Breunesse bij Shell aan vier verschillende sporen: Het binnen het productieproces houden van CO2, het opslaan van CO2, het gebruik van andere grondstoffen en het ontwerpen van compleet nieuwe productieprocessen. Kortom: Ook weer een menging van korte en lange termijnprojecten. Met invloeden van buitenaf: Als personenauto’s massaal elektrisch gaan rijden, hoe maak je dan een raffinaderij die geen benzine meer produceert?
Breunesse bracht nog even fijntjes naar voren dat in het Amsterdamse Shell-lab aan het IJ bijna 1000 mensen werken en daar ongeveer een derde van alle mondiale research van Shell verrichten.
En hij memoreerde het pamflet over duurzame energie dat Shell dit jaar samen met Eneco, Siemens, Van Oord en het Havenbedrijf Rotterdam publiceerde.

Aldert Hanemaaijer, manager vergroening economie van het PBL, hield een energiek maar weinig verrassend betoog. Groeiende wereldbevolking, toenemende welvaart, take make waste, urban mining, hergebruik en recycling. Veel feitjes, weinig inspiratie en nul nieuwe inzichten.

De laatste gast was Linda Docter, betrokken bij Dutch Spirit, een opkomende speler in de markt van maatpakken en werkkleding. Dutch Spirit heeft een manier gevonden om comfortabele kleding te fabriceren van 100% polyester, in plaats van een mengsel van polyester en katoen. Degelijke mengsels zijn moeilijk her te gebruiken en bovendien heeft katoen een grote ecologische footprint.
Docter schetste met de voeten op aarde heel helder dat een werkelijk circulaire economie een breuk met het verleden van oplossinkjes betekent. Zo miste het bedrijf een overheidstender omdat in de voorwaarden stond dat recycling van bestaande materialen verplicht was. Juist die verplichting betekent dat de sprong naar compleet nieuwe producten en processen, zoals van Dutch Spirit, niet gemaakt kan worden. Docter pleitte daarom voor tenders met doelvoorschriften, in plaats van het middel of manier keihard vastleggen.

OK. Maar wat betekent dat alles? Welke hoofdconclusie dient zich aan? Waar moeten we heen, wat moeten we doen in onze steden en projecten? Mommaas deed een afsluitende poging. Nederland is klein en kan nooit complete markten sturen. Wat we wel kunnen: Een innovatiemarkt zijn. Zaken uitproberen, fouten maken, successen boeken. En voor een succesvolle innovatiemarkt is toch ook richting van de overheid nodig: De markt en de burger vragen er nota bene om. Dus durf voorop te lopen!
Scheidend minster Schultz van Haegen had op dat moment het pand al verlaten.

Het rapport ‘Balans van de Leefomgeving 2016’ is hier te downloaden.

event

12 juni 2016

Slumfighters in Rwanda

Studio ROSA uit Utrecht organiseerde weer een workshop in het buitenland, ditmaal in Kigali, Rwanda. Een dorp dat vijftig jaar geleden slechts 6000 inwoners telde is nu een snelgroeiende hoofdstad met al meer dan 1 miljoen inwoners. En dat gaat uiteraard gepaard met de nodige groeistuipen. Danny Edwards workshopte een week lang op straat mee.



Kigali ligt in een voor Rwanda typerend heuvellandschap. Het centrum en de belangrijkste wegen liggen bovenop de heuvelruggen, waar ook de rijken wonen. Op de steile hellingen omlaag en in de dalen liggen de informal settlements. Dat levert een stadsbeeld op dat nogal lijkt op de favelas van Rio de Janeiro. Hoewel veel woningen in de settlements keurig voorzien zijn van elektra en water - maar niet van riolering - is er een veel groter, onopgelost probleem: Dodelijke aardverschuivingen en overstromingen, gedurende het lange natte seizoen.

De gemeente is daarom bezig grote delen van de settlements te slopen en te vervangen door publieke parkzones. De landeigenaren worden daarbij financieel gecompenseerd; de bewoners echter niet. Vaak komen ze dan terecht in nieuwe social housing projecten op een uur reizen van het centrum. Dat betekent doorgaans dat ze hun inkomen kwijt zijn - en weer helemaal op de bodem moeten beginnen met hun levensonderhoud en dat van hun kinderen. Deze hele top-down manier van aanpakken zou toch wat subtieler moeten kunnen, met meer aandacht voor de leefomstandigheden van individuele bewoners. En met meer inbreng van die mensen.

In een aantal workshops op straat in de settlements zijn Studio ROSA cs., samen met lokale partner Urban Sustainability Rwanda, op zoek gegaan naar de mogelijkheden voor zo'n aanpak. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor enkele zeer goede Rwandese studenten, die al heel snel de 'Nederlandse' manier van workshoppen onder de knie kregen. Dat leverde veel ideeën, aanknopingspunten en nuttige contacten op. We zien een strategie om mensen een goede en veilige woonruimte te bieden met behoud van hun inkomen, juist door ze in hun eigen woonbuurt te houden. De Gemeente Kigali heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn in de aanpak en de resultaten daarvan. Dit verhaal krijgt een staartje, want inmiddels is een nieuw initiatief gestart: SLUMFIGHTERS.



 

space syntax

12 juni 2016

Nieuw: Space syntax in 3D-stadsbeelden

Een wereldprimeur, hier in Nederland: Space syntax in 3D. De space syntax-methode is de manier bij uitstek om de stedelijke structuur, mobiliteit en sociaal-economische potenties en problemen in samenhang tot elkaar in kaart te brengen. Ideaal als functionele onderlegger voor een aanpakvoorstel voor een winkelgebied, of bij het opstellen van een gemeentelijke of provinciale structuur- of omgevingsvisie.
Een space syntax-analyse levert doorgaans heldere en concreet toepasbare analyses op, op basis van een zeer fundamentele, bottom-up manier van kijken en redeneren. De bijbehorende illustraties zijn door hun intuïtieve kleurenschema ook voor leken al heel begrijpelijk.
Maar het kan altijd beter. Daarom hebben we nu de stap van 2D naar 3D gemaakt. De space syntax-software, zoals ontwikkeld door de Universiteit van Londen, hebben we nu uitgebreid met een zelfgeschreven script in Grasshopper voor Rhino. Dat script stelt ons nu in staat voor elk stratenpatroon de 'functioneel ideale invulling' in 3D te genereren. Geheel automatisch, parametrisch ontwerp, zoals dat heet. Dat levert niet alleen nog duidelijker illustraties op, maar vaak ook hele mooie plaatjes. Bij een netwerk-gebaseerde manier van analyseren, zoals space syntax, hoort blijkbaar ook een nieuwe definitie van stedebouwkundige schoonheid. Het bijgaande plaatje van de 'fietseconomie' van Hilversum laat dat in al zijn pracht zien.



En dat is toch een stuk inzichtelijker nog dan de in de space syntax-methodiek gebruikelijke 2D-plaatjes. Dezelfde berekening in 2D levert namelijk dit plaatje op:


Los van de manier van weergeven is natuurlijk één ding, zowel in 2D als in 3D heel goed zichtbaar: Geen andere stad in Nederland heeft zo'n overrompelend mooie, robuuste en complete stadsstructuur als Hilversum. Veertig jaar lang de strakke hand van Willem Dudok heeft meer opgeleverd dan alleen een fraai raadhuis!

space syntax event

9 november 2015

Waarin een historicus moderner is dan de stedebouwer

Op zaterdag 30 oktober 2015 kreeg historicus Clé Lesger de Professor van Winter-prijs voor zijn boek ‘Het Winkellandschap van Amsterdam, stedelijke structuur en winkelbedrijf in de vroegmoderne en moderne tijd, 1550-2000’. Een prachtig boek inderdaad, niet in het minst omdat Lesger zijn onderzoek mede baseert op de state-of-the-art space syntaxmethode. Dat geeft hem een solide fundament om scherpe uitspraken te doen over de relatie tussen winkellandschap en stedelijke plattegrond. Daar kan 95% van de stedebouwers in dit land nog wat van leren, nietwaar? Om de prijsuitreiking passend te vieren vond een klein symposium plaats waarin de geschiedenis van het winkelen in met name Amsterdam en Antwerpen centraal stond.



Als eerste kwam Ilja van Damme, professor aan de Universiteit van Antwerpen aan het woord. Hij hield een gedreven verhaal over het belang van de kleinhandel, ‘want consumptiegeschiedenis=stadsgeschiedenis’. De actuele combinatie van kennisindustrie en belevingseconomie en de daarbij horende instroom van jonge alleenstaanden produceert zo bezien een nieuw soort ‘pretsteden’. Waarvan je je af kan vragen in hoeverre dat steden op lemen voeten zijn, want niet werkelijk geaard in tijd en locatie, maar daarop alleen parasiterend. Hoe anders was dat in de late 19e, vroege 20e eeuw, toen Antwerpse winkeliers hun winkels sloten om naar de begrafenis van belangrijke klanten te gaan.

Jan Hein Furnée, hoogleraar Europese cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit, was de volgende spreker. Hij liet aan de hand van de ontwikkeling van De Bijenkorf in de periode 1945-1965 zien hoezeer het winkelbedrijf veranderd is. De Bijenkorf beschikte al in 1932 over een Researchbureau, dat allerhande onderzoek deed. Zo deed het bedrijf oa. aan klantenachtervolgingen, hield het bij waar in Amsterdam en daarbuiten pakjes onder rembours bezorgd werden, en welke klasse en sexe klant het langst in de winkel bleef en/of het meest uitgaf, en waar dan precies. Dat bracht Bijenkorfdirecteur G. vd. Wal in 1956 in zijn Buyology tot de wetenschappelijk grondig onderbouwde vaststelling ‘dat vrouwen makkelijker en vaker verleid kunnen worden tot ongeplande inkopen, maar mannen toegeven aan duurdere impulsen’. Dat u dat weet, de volgende keer.

Tot slot sprak Gerrit van der Plas, schijnbaar onvoorbereid maar daarom des te boeiender, over ‘Heden en toekomst van de Amsterdamse detailhandel’. Internetwinkelen, winkelleegstand, opkomst - en ondergang? - van de stadsstraat, het kwam allemaal ter sprake met als rode draad dat het winkellandschap altijd in verandering is en dat zelfs in Amsterdam, buiten ‘het centrum’, leegstand op de loer ligt. Vandaar dat vd. Plas namens de Stadsregio streng toeziet op elke m2 winkel die erbij gebouwd dreigt te worden. Zou mooi zijn als hij daar, net als Lesger, de space syntax-methode bij zou gebruiken.

Anyway: Het Winkellandschap van Amsterdam, door Clé Lesger. Kopen!

event

1 oktober 2015

Urban Movies: Mr. Visserplein

Het Mr. Visserplein? In Amsterdam? Is dat niet die rare, mistige plek daar ergens in het oosten van de stad waar niemand woont en de auto nog ouderwets dominant is?

'Stedelijk Ritme #01: Mr. Visserplein' is de pilot voor een nieuwe filmreeks over stedenbouwkundige kwesties. Over ruimtes die onaf voelen, gebruikt maar toch ongebruikt, met gebouwen als bij toeval verstrooid. De stedelijke on-plekken.
Het Mr. Visserplein is zo’n fascinerende on-plek, met zijn complexe ontstaansgeschiedenis en veelvoud aan zowel recente ingrepen, ontwerp-ideeën, onuitgevoerde plannen als altijd sluimerende ambities.
Deze avond kijkt filmmaker Dhiney Ramos met experts en stedelingen naar het verleden, heden en toekomst en proberen we een antwoord te geven op de vraag: ‘is het Mr. Visserplein werkelijk een plein?’ In een korte interviews en beelden ter plekke ontrafelen stedebouwer Danny Edwards en architecten Iwan Hameleers en Frank Smit de kwalen en kansen van het Mr. Visserplein.

Stedelijk Ritme #01: Mr. Visserplein wordt vertoond in Pakhuis De Zwijger, op woensdag 7 oktober 19,30u. Komt dat zien!

space syntax event

13 september 2015

Fietssymposium Bikenomics

In het kader van de Fietsstad verkiezing 2016 organiseert de Fietsersbond op 13 oktober aanstaande een symposium over het Fietsstad thema Bikenomics. Met interessante sprekers en interactieve sessies. Danny Edwards doet een presentatie over de subtiele maar innige dwarsverbanden tussen fietsroutes, fietsgebruik en de vitaliteit van de binnenstedelijke economie.



Thema van de Fietsstadverkiezing 2016 is bikenomics, de ‘waarde’ van de fietser. Want de fietser vertegenwoordigt veel waarde. Het fietsen brengt hemzelf een betere gezondheid, een besparing van brandstof en bovenal plezier. Maar ook voor anderen is de fietser een goudmijn. Bijvoorbeeld voor de middenstand, waar hij regelmatig langskomt en zijn geld besteedt. En voor de overheid die zo minder hoeft te investeren in de auto-infrastructuur.  Zo zijn er vele partijen die profiteren van de waarde van de fiets: bewoners, ondernemers, eigenaren en overheden. Hoe profiteren fietsers optimaal van een fietsroute in een stad? En omgekeerd: Hoe profiteert de stedelijke economie het best van een fietsroute?

Dat laatste aspect wordt in Nederland opvallend genegeerd. Danny Edwards legt in zijn presentatie haarfijn uit hoe innig dat verband tegenwoordig is. De binnenstedelijke economie wordt steeds meer een fietserseconomie. Maar niet overal waar veel gefietst wordt ontstaan ontmoeting en economische potentie. De space syntax-methode berekent de duurzaam kansrijke plekken in de stad. Één integraal computermodel legt de verbanden tussen fietsintensiteiten, winkelstraten, ontmoetingsplekken, leegstand en nog veel meer. Space syntax laat zien hoe een nieuwe fietsverbinding de economie op de éne plek in de stad kan versterken, maar soms ook elders kan verzwakken.

In de plenaire afsluiting worden de voor de Fietsstadverkiezing genomineerde gemeenten bekend gemaakt. Tevens wordt een prijs uitgereikt voor de best samenwerkende regio en is er een prijs voor de gemeente met de beste cijfermatige onderbouwing van haar fietsparkeerbeleid.

event

20 juli 2015

Ontwar de fietsers- en voetgangerstromen

Het AMS Instituut en de TU Delft zijn een onderzoeksprogramma gestart naar voetgangers- en fietsersstromen. Met behulp van voorhanden en nog niet voorhanden probe data willen zij kennis en methoden ontwikkelen waarmee steden beter kunnen opgaan met die groeiende stromen. Drukte door de groei van langzaam verkeer is immers een hoogst actueel vraagstuk. Utrecht kent al fietsfiles en Amsterdam sloot de Kalverstraat al eens tijdelijk af vanwege overdrukte van winkelend publiek. Een subsidie van 2,9 miljoen euro van de European Research Council moet dit alles mogelijk maken.

Gisteren was de eerste dag van de kick-off conferentie, geheel gericht op de stedelijke fietser. Diverse sprekers legden uit hoe ze tegen de kwestie aankeken. En vooral dat ze het eigenlijk allemaal nog niet weten. In Fietsland Nederland is namelijk nooit echt wetenschappelijk onderzoek naar de fietser van de grond gekomen. De wet van de remmende voorsprong?



Erik Verhoef, hoofd Ruimtelijke Economie van de VU, ging in op de Economie van de Fiets. Hij ging in op de laatste trends - met opvallende kleine weetjes zoals het dalende gebruik van de fiets voor winkelen. Ook waarschuwde hij terecht tegen het voortdurend bezien van de fiets als alternatief van de auto, omdat dat het vaststellen van de werkelijke waarde van fietsen in bredere zin nodeloos beperkt. Verhoef gaat de komende tijd een poging doen de waarde van het fietsen in onweerlegbaar harde euro’s uit te drukken.

Ook Lucas Harms, van het Kennisintituut voor Mobiliteitsbeleid, kwam met aardige feitjes. Babyboomers fietsen steeds meer maar rijden ook steeds meer auto. Immigranten fietsen niet, en dat ligt niet aan een verschil in inkomen. Noord-Nederlanders fietsen meer dan Zuid-Nederlanders. En mannen willen niet aan de eBike.

Marco te Brömmelstoet van het Urban Cycling Institute van de UvA was de kers op de taart. Hij hield het meest integrale en eigentijdse verhaal, dat glashelder over het voetlicht kwam. Hij maakte overtuigend inzichtelijk hoezeer fietsen [en lopen] bottom-up verschijnselen zijn die in hoge mate zelfregulerend zijn. Ofwel wat in de moderne wetenschap een Complex Adaptive System genoemd wordt. Dat leidde bijvoorbeeld tot adviezen als ‘zet nou eens die verkeerslichten uit en kijk wat er gebeurt’. Dat zou, op plekken waar het druk genoeg is, zomaar kunnen werken.

Zelf ben ik erg benieuwd wat het op de allerdrukste plekken in de stad opheffen van fietspaden kan opleveren. Mijn hunch is dat er een bovengrens is van wat een fietspad aan drukte aankan en dat daarboven het re-assembleren van het stadsverkeer aanzienlijk efficiënter en veiliger is dan het voor iedereen een eigen gootje aanhouden.

We gaan het zien!

prijs!

8 juli 2015

De Hallen valt opnieuw in de prijzen

Enkele maanden geleden sleepte de tramremise al de jaarlijkse Geurt Brinkgreveprijs in de wacht; nu heeft het project ook de Europa Nostra-prijs gewonnen.



De Geurt Brinkgreveprijs is de Amsterdamse trofee voor de beste transformatie van stedelijk erfgoed. De jury had vooral waardering voor de keuzes op het snijvlak van maatschappij en economie: ‘Aan het project is simpelweg alles goed, van de financiering tot en met de fondswerving, van de programmering tot de uitvoering en de detaillering. […] De combinatie tussen commercieel en ideëel is in dit project gesublimeerd. Het open maken van de traverseerhal en het doortrekken van de passage naar de Bilderdijkkade maakt dat het project echt onderdeel wordt van de stad en bijdraagt aan de levendigheid van de buurt.’

Europa Nostra is van oorsprong een bottom-up beweging van burgers, bezorgd om Europees cultureel en landschappelijk erfgoed. Ook deze jury sprak zijn uitdrukkelijke waardering uit voor het gerealiseerde programma: ‘De Hallen hebben een verbazingwekkend gezelschap huurders getrokken: Een bibliotheek, een hotel, een bioscoop, een restaurant en food hal, TV-studio’s, een ambachtscentrum, een local goods markt, en kleinschalige bedrijfsruimtes. […] Zonder het doorzettingsvermogen van buren, krakers en toegewijde professionals zou dit complex, dat nu zo genoten wordt, verdwenen zijn.’

En zo is dat.

space syntax, mobiliteit

25 juni 2015

Open Oproep geselecteerd!

Onze inzending voor de Open Oproep 'Slimme Mobiliteit in de Stad' is door het Stimuleringsfonds uit 23 inzendingen geselecteerd.
Met data uit navigatiesystemen, smartphones en andere mobiele apparaten zijn de momenteel sterk veranderende verplaatsingspatronen in Nederland steeds beter en nauwkeuriger in beeld te brengen. Maar wat brengt de toekomst? Wij gaan uitzoeken welke kant het de komende decennia op gaat met de stad, en wat nieuwe mogelijkheden als zelfrijdende auto's en zelforganiserende vormen van openbaar vervoer voor ruimtelijke gevolgen gaan hebben.


Het team dat naast Danny Edwards bestaat uit Richard van de Werken [Hastig], Carlo van de Weijer [TomTom, TU Eindhoven], Marten Wassmann [BenthemCrouwel] en Juul Buitink [Gemeente Dordrecht] onderzoekt dat aan de hand van de casestudy Drechtsteden. Door middel van netwerktheorieën als SpaceSyntax worden dwarsverbanden tussen infrastructuur, verkeersstromen en stedelijke vitaliteit geanalyseerd, de sociaal-economische potentie van verschillende plekken in de stad inzichtelijk gemaakt en fysieke ingrepen getest.
Het onderzoek resulteert in een nieuw dynamisch kaartbeeld met nieuwe verhoudingen tussen programma’s, processen en netwerken. Op basis daarvan willen we ten eerste tot meer vraaggestuurde mobiliteit komen, en ten tweede tot een veel sensitievere manier van TOD, die verder kijkt dan het eeuwige cirkeltje met een diameter van 750 meter. Zowel de moderne burger als de eigentijdse stad verdienen beter!
Ons winnende essay is hier te downloaden. 

space syntax event

28 april 2015

Presentatie 'Verkeer in de Slimme Stad'

Aanstaande dinsdag 12 mei vindt weer het Nationale Verkeersnet Jaarcongres plaats. Waren de diverse sprekers vorig jaar vooral georganiseerd rond het thema Big Data, dit jaar gaat het vooral om verkeer in relatie tot de Smart City ontwikkelingen. En dan kan een presentatie over space syntax uiteraard niet ontbreken.



Space syntax biedt een theorie, onderzoeksmethode èn bijbehorende open source software. In Nederland nog nauwelijks praktisch ingezet, maar in enkele andere landen al gangbaar geworden. Space syntax stelt dat het stedelijke netwerk van straten, pleinen, grachten, wegen en stegen een cruciale factor is voor het functioneren van de stad als sociaal-economische gemeenschap. Haal dat netwerk weg en gans het raderwerk staat stil.
Space syntax identificeert, meet en verbeeldt de ruimtelijke relaties die ten grondslag liggen aan onze leefomgeving. Ze berekent het belang van relaties en plekken [‘links and nodes’]. Zo kunnen vanuit het netwerk als fundament solide onderbouwde uitspraken gedaan worden over zeer uitéénlopende zaken als voetgangersgedrag, verkeersintensiteiten, winkelgebieden, sociale segregatie, bebouwingsdichtheid, vastgoedwaarden en nog veel meer.
Danny Edwards geeft een korte overview van de theorie en tools die de moderne planner en ontwerper ten dienste staan. Hij laat aan de hand van concrete cases uit de workflow van zijn eigen stedenbouwkundig ontwerpbureau zien wat space syntax voor ruimtelijk ontwerpers, verkeerskundigen, onderzoekers en opdrachtgevers kan betekenen. Zodat we samen aan kwalitatief betere steden kunnen werken!

Paul van de Coevering richt zich eveneens op het snijvlak van mobiliteit en stad, maar vliegt verplaatsingsgedrag aan vanuit attitudes. Een fervente autoliefhebber zal bijvoorbeeld, ook wanneer bijvoorbeeld fietsen en lopen goede alternatieven zijn, de auto niet snel laten staan. Belangrijke vraag is nu hoe de wisselwerking tussen attitudes, de ruimtelijke context en verplaatsingsgedrag in elkaar zit. Kiezen mensen met een fietsattitude bijvoorbeeld bewust voor een fietsvriendelijke omgeving? Of zorgt een fietsvriendelijke omgeving juist voor een positieve attitude en daarmee voor meer fietsgebruik [idem voor de andere vervoerwijzen]? En wat betekent dit dan voor de effectiviteit van het ruimtelijke beleid?
Zijn bijdrage eindigt met de implicaties voor het beleid ten aanzien van ‘slimme verstedelijking’ in Nederland.

12 mei, vanaf 15.40u, in De Fabrique te Maarssen. Komt dat zien en horen!

open planproces

24 januari 2015

Koks die hun klanten zien koken beter

Stedebouwkundig ontwerpen? Dat is tegenwoordig toch een open planproces, waarin veel bijeengekomen en gepraat wordt door en met alle betrokkenen? Zodat die ontwerper gevoed wordt met alle benodigde kennis van de betrokken burger?
Met die kennis kan hij vervolgens weer naar de tekentafel om zijn of haar ding te doen: Het tekenen van dat plan waar eenieder inhoudelijk achter kan staan.

Dat blijkt echter niet zo te werken.

Ryan Buell, hoofddocent aan de Harvard Business School, deed samen met een doctoraal student en een hoofddocent aan de UCL Londen een experiment in twee eetgelegenheden en in een laboratoriumopstelling. Dit experiment bestond uit vier scenario’s. In het eerste scenario konden gasten en koks elkaar niet zien. In het tweede konden de gasten middels iPads de koks zien en in het derde juist omgekeerd. Alleen in het vierde scenario konden zowel de gasten als de koks elkaar via de iPads zien.



De tevredenheid van klanten over het eten was 10% hoger als de koks de klanten konden zien, ook al was dat andersom niet zo. De situatie dat klanten die koks konden zien maakte geen verschil. Als zowel koks als gasten elkaar konden zien was de klanttevredenheid ruim 17% hoger en was de service ruim 13% sneller. Het eten werd ook aantoonbaar beter en de koks hadden sterker het gevoel dat hun werk er werkelijk toe deed.

Vertaald naar stedebouwkundig ontwerpen betekent dat dus dat de werkelijke meerwaarde van een open planproces niet zit in die ‘extra kennis’ die de initiatiefnemer en zijn ontwerper op die manier zouden verwerven. Nee. Waar het werkelijk om gaat is dat iedere partij elkaar in de ogen kan kijken, zijn mening kan geven en zich daarin serieus genomen voelt. Het gaat niet alleen om de inhoud van het uiteindelijke plan en het werkelijke fysieke resultaat, maar ook om de transparantie van het proces daarnaartoe.

Dus collega’s, mocht je werken aan een plan van aanpak voor een winkelgebied, ga dan vooral zichtbaar in een leegstaande winkel zitten. Mocht het voor de kwaliteit van het plan niet uitmaken, levert het toch extra tevreden gezichten op. Ook bij jezelf!

opinie

1 december 2014

Wetenschap, hoe ziet dat er eigenlijk in plattegrond uit?

Random surfen, het levert altijd iets op. Dit keer een plattegrond van de stand van zaken in de wetenschap. Genetica, landbouwkunde, geologie, hersenstudies, elektrochemie etcetera etcetera. En dat alles keurig in verband gebracht aan de hand van tienduizenden wetenschappelijke publicaties.

De kaart laat keurig elke wetenschapscluster zien, inclusief de relaties naar blijkbaar verwante wetenschappen en de resulterende positie op de kaart. En dat levert interessante inzichten op. Hieronder een deel van de volledige kaart.



Architectuuronderzoek staat iets onder het midden op de kaart, in het grijs. Het vormt een eigen cluster, met een traditioneel nauw verband met archeologie, klassieke studies, religie aan de ene kant en eigentijdse relaties naar biodiversiteit en ecologie aan de andere kant. Opvallend is voorts de inmiddels enorme afstand naar zowel sociologie, demografie, economie [bovenaan] als naar productiemethodes en materiaalkunde [boven, buiten beeld]. Dat was een jaar of 40 geleden totaal anders.

Gloednieuwe wetenschappen als brain studies en cognitive science, waarvan ook space syntax onderdeel uitmaakt, rukken langzaam op vanaf de zijlijn, maar zijn nog niet echt ontdekt door de architectuur: Directe links ontbreken; hedendaags ontwerp is overduidelijk erg gericht op zijn green credentials. De stormachtige ontwikkelingen in het veld van de menselijke perceptie en de netwerkwetenschap waarop space syntax zich baseert gaan vooralsnog volledig aan de architectuurtheorie voorbij. Met alle negatieve gevolgen van dien voor de bruikbaarheid, duurzaamheid en schoonheid van onze omgeving.

Groen zal de discussie nog wel even domineren. Dat is ook niet onterecht, want we waren behoorlijk van het padje af met z’n allen. Maar wie zich de komende jaren echt wil gaan onderscheiden en mee wil helpen een breder fundament voor de toekomst te leggen moet zich eens verdiepen in space syntax. Of een andere tak van de cognitieve wetenschappen. Want dat is waar we heen gaan!

opinie

12 november 2014

Fietsen in Londen, Deel 3

Fietsen in London, het gaat steeds sneller beter. Het ene plan is nog niet eens in uitvoering of het volgende plan wordt alweer gelanceerd. Nu weer een voorstel voor een drijvend fietspad in de Theems: The London Deckway. Lengte 29 kilometer, kosten 765 miljoen euro, resultaat 12.000 fietsers per uur.



De drijvende slurf moet voor de zuidelijke oever van de Theems komen te liggen en verbindt dan Canary Warf in het oosten met Battersea Park in het westen, via de zuidelijke oever. De Millennium Bridge is dan de centrale dwarsas de Londense binnenstad in. Het plan is een idee van kunstenaar Anna Hill en architect David Nixon.

Omdat het pad drijft, beweegt het mee met de getijden in de Theems. Deze beweging en de wind leveren de stroom voor alle verlichting op de Deckway. Maar het belangrijkste voordeel van de ongebruikelijke constructie is snelheid van uitvoering: De bedenkers stellen dat het fietspad er in 2 jaar kan liggen, omdat alle eigendomskwesties die samenhangen met ontwikkeling op het land omzeild worden.
Hill en Nixon hebben inmiddels een River Cycleway Consortium opgericht. Daarin zitten ook Hugh Broughton Architects en constructeur Arup.

Het is niet het eerste idee voor een drijvend fietspad in London. Eerder dit jaar werd er al een concreet plan gelanceerd voor een drijvend fietspad in de rivier de Lea. Voor dat plan is inmiddels ook financiering geregeld.

space syntax event

2 november 2014

Space Syntax op de GeoBuzz 2014



Op dinsdag 25 en woensdag 26 november aanstaande is het weer zover: De GeoBuzz, het jaarlijkse congres over geo-informatie in de breedste zin des woords. Kennisaanbidders, egospecialisten, bestuurders èn studenten komen bij elkaar om de laatste nieuwtjes en technieken uit te wisselen.

Danny Edwards presenteert op beide dagen de space syntax-methode, de hypermoderne techniek om stedelijke netwerken zeer gedetailleerd te analyseren. Hij laat zien dat van daaruit goed onderbouwde en praktisch toepasbare uitspraken te doen zijn over tal van stedelijke fenomenen. Welke straat is de beste winkelstraat? Waar verwacht je de meeste fietsers? Zijn bepaalde zones in de stad kwetsbaar voor sociale problemen? Wat is de rol van barrières als het spoor, snelwegen en kanalen?

Stedebouw heeft zich lang gericht op afgebakende gebieden: buurten, wijken, steden, en regio’s. Daarbinnen konden stedelijke functies en menselijk gedrag gedefinieerd, bestudeerd en gestuurd worden. Dat werkte toentertijd, maar was een zeer statische kijk op de werkelijkheid.
Het nieuwe denken en doen richt zich juist op de dynamiek van het moderne leven. De 21e eeuwse burger is altijd in beweging, onderweg, anderen ontmoetend en in permanente interactie met de fysieke en digitale omgeving. Al die stromen vinden hun weg via gecompliceerde, veelvormige en eindeloos gelaagde netwerken. Het open, dynamische denken in stromen, knopen en netwerken verdrijft zo het oude denken in begrenzingen.

De snel opkomende wetenschap van de ruimtelijke netwerkanalyse identificeert, meet en verbeeldt de ruimtelijke relaties die ten grondslag liggen aan onze steden en ons leven. Ze berekent het belang van relaties en plekken ['links and nodes']. Zo kunnen solide onderbouwde uitspraken gedaan worden over voetgangersgedrag, autoverkeersintensiteiten, detailhandelsconcentraties, sociale segregatie, bebouwingsdichtheid, misdaad hot spots, vastgoedwaarde en nog veel meer.

Space syntax biedt een robuuste, GIS-gebaseerde basis voor zowel beleid, ontwerp als beheer. Een betere onderlegger voor bijvoorbeeld een structuurvisie is niet denkbaar. En dat alles middels open source software. Mooier kan niet, toch?

Dus kom de 25e of 26e naar Den Bosch!

 

 

event

31 oktober 2014

Op Urban Safari langs de Ringweg A10



Morgen pas in Het Parool, so you heard it here first: De Ringvierdaagse. Op 4 achtereenvolgende dagen gaan we buiten op zoek naar wat de Ringweg en directe omgeving nou werkelijk typeert. Is het een verbinding? Is het een barrière? Is het een habitat op zich? Een non-place? Is het een zone om zo snel mogelijk voorbij te fietsen, of valt er echt iets te ontdekken?
En dat allemaal in het kader van de Week van de Stad, die in Amsterdam om onnaspeurlijke redenen een week later gevierd wordt dan in Vlaanderen.

Op woensdag 5 november lopen we langs de A10-west, op donderdag 6 november langs de A10-noord, op vrijdag 7 november langs de A10-oost en tot slot op zaterdag 8 november langs de A10-zuid. Iedere wandeling begint om 1 uur 's middags en duurt 3 uur.

De ontdekkingsreis langs de A10-zuid staat onder leiding van kunstenaar Maarten Davidse en stedebouwkundige Danny Edwards. Interessant, al was het alleen maar omdat Edwards al zijn hele leven Amsterdammer is en Davidse pas 2 weken. Samen laten ze zien dat de Ring-Zuid meer is dan alleen de hoogbouw van de Zuidas.

Meld je snel aan, want het aantal plaatsen is beperkt!

 

event

28 oktober 2014

Studio de Stad op Canvas

Gisteravond begonnen: De Week van de Stad op het Vlaamse Canvas. Zowel via de TV als op de Canvas-website te volgen. Iedere dag, zowel 's ochtends als 's avonds urenlang programma's over stedelijke ontwikkelingen. Groot en klein, bottom-up en top-down, in [Vlaams] binnen- en buitenland.



Vanavond bijvoorbeeld kijken Geert Bourgeois [Vlaams minister-president], Joachim Declerck [expert stadsontwikkeling ArchitectWorkroom], Gaetan Hannecart [CEO Matexi] en Michelle Provoost [International New Town Institute] naar de documentaire 'Radiant City'. Deze geeft een bijzondere beeld van het leven in de Amerikaanse suburbs, en werpt de vraag hoe we in de toekomst zullen wonen.

Morgenavond kijken Peter Swinnen [Vlaams bouwmeester], Joost Vandecasteele [schrijver te Brussel], Lowie Vermeersch [designer, stadsontwikkelaar] en Ann Persoons [wethouder stad Brussel] naar 'The Human Scale'. Hierin ontvouwt Jan Gehl nog eens zijn visie op hoe je een stad bouwt op mensenmaat. Wat levert dat als ideale stad op?

En donderdagavond kijken Stijn Oosterlynck [stadssocioloog], Myriam Stoffen [Zinnekesparade Brussel], Simon Allemeersch [kunstenaar] en Dyab Abou Jahjah [schrijver 'De stad is van ons'] naar 'The Pruit-Igoe Myth': Het pijnlijke verhaal van het beruchte sociale woningbouwcomplex in Saint-Louis. Wat leert dit ons over de samenleving in de stad?

Kortom, eindelijk eens echte stedenbouw op TV!

event

19 oktober 2014

Ringweg A10 Workshop

Deze week intensieve workshop gedaan over de A10, de Ringweg rond en vooral door Amsterdam. Deze stadssnelweg staat hevig ter discussie. Moet het een snelweg blijven? Een stadsstraat worden? Of zijn er nog andere wensbeelden denkbaar?

De workshop volgde het beproefde recept van Failed Architecture, dat niet focust op De Geniale Ingreep maar op de achterliggende processen en dat doet in de vorm van een timeline. Heden, verleden en mogelijke toekomst worden zo in één oogopslag met elkaar in verband gebracht. Datzelfde geldt voor de fysieke, sociale, economische, politieke en reputationele invalshoek, die als parallelle lijnen direct boven elkaar gezet worden. Héél inzichtelijk en verfrissend.



Aan de workshop deed een gemêleerd gezelschap deel van architecten, stedenbouwkundigen, kunstenaars, vormgevers, een antropoloog, journalist en ga zo maar door. Dat zorgde voor lol, misverstanden en kruisbestuiving. De resultaten worden binnenkort gepresenteerd tijdens de Amsterdamse Week van de Stad. Daarover later meer.

 

event

7 oktober 2014

Urban Knowledge Platform gelanceerd



Afgelopen week werd op een seminar op de Hogeschool van Amsterdam de gloednieuwe Urban-Knowledge website gepresenteerd. Urban-Knowledge is een open platform gewijd aan het samenstellen van een innovatief & effectief systeem van methoden en technieken voor stedelijke analyse en de duurzame ondersteuning van die kennis en expertise in het kennisplatform. De site is het resultaat van het RAAK MKB onderzoeksproject SpininhetWeb, Het Stedenbouwkundige Bureau van de Toekomst. Edwards Stadsontwerp is één van de partners in het project en ambassadeur in Nederland voor de space syntax-methode.

De website presenteert momenteel zo'n 20 onderzoeks- en ontwerptools. Dat moeten er uiteindelijk veel meer worden. Drie van de technieken werden op het seminar nadrukkelijk over het voetlicht gebracht: Mapping the Market van Perry Hoetjes, OSCity van Mark van der Net, en de space syntax-methode door Danny Edwards. Ook de dwarsverbanden tussen de methodes kwamen daarbij aan de orde.

De website biedt zo zowel de opdrachtgever, ontwerper als onderzoeker inzicht in een enorme schatkist aan kennis. Waardevol, want juist die link tussen kennis en praktijk is in Nederland vaak een groot probleem. We weten heel veel, maar 90% van die kennis blijft in concrete projecten onbenut.
Daar is voortaan geen excuus meer voor!

event

17 september 2014

Stedebouw en diversiteit in Polen



Net terug van de DIVERCity conferentie in het Poolse Wroclaw. Het thema was - uiteraard - bottom-up ontwikkelingen en de microchanges in de stad. De sprekers hielden zich echter niet aan dat thema. Zo hield Tarald Lundevall van Snøhetta een simpele bureaupresentatie van zijn eigen bloedmooie projecten, die juist uitzonderlijk eigenwijs en top-down zijn. Dat verhaal bleek achteraf op verzoek van de Noorse conferentiesponsor te zijn. Andere architecten deden hetzelfde, en ook de stadsbouwmeester van Wroclaw hield het bij een trots verhaal over zijn gelikte projecten van het afgelopen decennium.
Kortom: DIVERCity bleek eerder een inleiding in de stedebouw, dan de aangekondigde conferentie over specifiek bottom-up ontwikkeling.

Interessanter dan de de presentaties waren de discussies aan het eind en vooral de rondleidingen door de stad. Meest interessant was de immer tegendraadse Krzysztof Nawratek, die scherpe kritiek leverde op de sterk kapitalistisch geïnspireerde stadsontwikkeling in Polen. De paar relatief rijke steden [Krakow, Wroclaw, Gdansk en Warschau] nemen zo steeds meer afstand van de rest van het land. En die steden zelf worden de scheidslijnen ook steeds dieper. De overige Poolse deelnemers aan de conferentie maakten vooral duidelijk dat het betrekken van burgers in de planvorming nog heel erg in de kinderschoenen staat. Laat staan dat initiatieven werkelijk van onderop komen.

Wroclaw is een typisch midden-Europese stad: Erg uitgestrekt, met brede boulevards, 24/7 tramlijnen, en een schijnbaar willekeurige mix van fraaie vooroorlogse panden, communistische woonblokken van soms opvallende kwaliteit en moderne architectuur met òfwel veel understatement òf een hoog commercieel gehalte.
En geen fietser te zien.

Het event werd gehouden in het congrescentrum, pal naast de legendarische Jahrhunderthalle van de toenmalige stadsarchitect Max Berg. Na 80 jaar nog steeds volop in gebruik, met het WK Volleybal nu in volle gang. De hal wordt zelfs uitgebreid van 7.000 naar 10.000 plaatsen.
Wat een ongelooflijk mooie hal!

opinie

15 juli 2014

Krimp blijkt waardevast

Vandaag in de Volkskrant een mooie interactieve grafiek over wel en wee van de woningmarkt in de periode 2008-2014. Maakt interessante vergelijkingen mogelijk. Eén opvallende conclusie: De vermaledijde krimpgebieden doen het qua prijsontwikkeling zo slecht nog niet. Met Zeeuws-Vlaanderen als verbazingwekkend lichtend voorbeeld: Het is het enige gebied in Nederland waar de woningprijzen de afgelopen 6 jaar gestegen zijn in plaats van gedaald.

In de andere krimpzones Zuid-Limburg, Noordoost-Groningen en de Kop van Noord-Holland daalden de prijzen wèl, maar niet harder dan het Nederlands gemiddelde. In de regio Amsterdam daalden de prijzen licht. De landelijk ontstane situatie doet enigszins denken aan die in de grote steden in het begin van de jaren '80: Een centrum en periferie die het aardig doen, met daartussen een halvemaanvormige gordel achterblijvende '19e eeuwse wijken': Noord-Brabant, De Liemers en vandaar langs de IJssel omhoog en via het westen van Friesland en de Afsluitdijk weer omlaag om via West-Friesland in Waterland te eindigen.

Dat werpt vragen op. Zoals bijvoorbeeld: Wat deed Zeeuws-Vlaanderen goed dat Noord-Brabant verkeerd deed? Zette de daling in Zeeuws-Vlaanderen domweg eerder in? Of bewegen de prijzen daar eerder mee met de woningmarkt in België? Wie het weet mag het zeggen. En hebben we naar analogie van de stadsvernieuwing eind vorige eeuw nu een regiovernieuwing nodig?
In ieder geval dank aan Mirjam Leunissen voor deze fijne datavisualisatie!



 

 

 

 

event

1 juli 2014

Leve de Metropool! [... maar wel van onderop]

Gistermiddag vond in het fameuze Pakhuis de Zwijger het Metropool Forum 2014 plaats, de jaarlijkse bijeenkomst van de Vereniging Deltametropool. Ruim 20 sprekers, waaronder Danny Edwards, lieten hun licht schijnen over metropoolvorming vanuit vier gezichtspunten: Mobiliteit en de Stad, het Internationale Perspectief, Stedelijke Vitaliteit en tot slot Landschap, Water en Economie. Wat opviel is dat alle bijdragen, hoe verschillend ook, hetzelfde centrale probleem signaleerden: Niet het gebrek aan visie, ideeën en ambities, maar het enorme gebrek aan daadkracht en de gekmakend trage processen.



Want gewenst is die Metropoolvorming zeker. En dan maakt het niet eens zo veel uit of dat de traditionele Randstad is, of de Noord- en Zuidvleugel ieder apart, of juist een veel grotere metropool waar ook Eindhoven en Arnhem-Nijmegen nog binnen vallen. Tal van onderzoeken bevestigen steeds weer hetzelfde beeld: Het leven in grotere steden biedt de burger voordelen die kleine steden veel minder kunnen bieden, en hetzelfde geldt - in mindere mate - voor stedelijke regio’s met een sterke interne samenhang.
Edward Glaeser becijferde recent in zijn boek ‘Triumph of the City’ al dat inwoners van een stad van 1 miljoen inwoners een gemiddeld 15% hoger inkomen hebben dan inwoners van een stad van een half miljoen inwoners, aangenomen dat die steden functioneren onder dezelfde wetgeving en dezelfde externe economische omstandigheden.



Superprovincies en stadsgewesten zijn politiek dood gediscussieerd en dat blijft wel even zo. Dus hoe nu verder? Danny Edwards hield een pleidooi voor meer bottom-up vertrouwen, bottom-up denken en bottom-up doen. In binnenstedelijke projecten hebben we de laatste jaren geleerd dat meer burger, meer marktpartij en minder overheid projecten van de grond kan trekken. En dat die aanpak zowel individuele projecten als de stad als geheel echt beter maakt.
Dat zou toch ook op een hoger schaalniveau moeten kunnen. Juist in grootstedelijke projecten kunnen alle bij de stad betrokken partijen elkaar ontmoeten en heel concreet tot breed gedragen plannen komen. Juist vanuit die projecten kun je een nieuwe visie ontwikkelen op de Metropool en vooral op een daadkrachtig aanpak. JUIST in projecten gaan discussies over wat ingrepen daadwerkelijk aan kwaliteit, stedelijke vitaliteit en uw en mijn levensgeluk opleveren. Technocratische begrippen als verdichting, bereikbaarheid, economisch draagvlak, liefst gecommuniceerd via tabellen, powerpoints en ellenlange teksten vinden daar hun voeten in de aarde.
Kortom: Minder papier produceren en meer projecten draaien, met alle partijen direct aan tafel. ZO maken we de stad en de toekomst die we nodig hebben. Daar hebben we geen superprovincies en landsdelen voor nodig.

De bijdragen van Danny Edwards en al die andere goeie sprekers zijn hier te vinden. 

opinie

9 juni 2014

Op z'n 'mini-Hollands' fietsen in Londen

Opnieuw fietsnieuws uit Londen, en dit keer echt goed: Drie Londense deelgemeenten hebben elk 30 miljoen pond gewonnen voor een plan om een deel van hun grondgebied in te richten als zogeheten ‘Mini-Holland’: een stedelijke verkeersoase waar de fietser ruim baan krijgt.



Engeland is samen met Spanje het Europese land met het laagste fietsgebruik: Ongeveer 4% van de bevolking fietst ‘regelmatig’. In de grote steden is wel degelijk belangstelling om te fietsen, maar straten zijn nog altijd volledig ingericht op autoverkeer. Londen werkt actief aan plannen om dat te veranderen.

Het eerste resultaat zijn de Barclays Cycle Superhighways, een systeem van blauwe fietsstroken dat over de hele stad wordt uitgerold. Druk gebruikt, maar zeer onveilig.
Het tweede idee was SkyCycle, een krankzinnig plan om forensen te verleiden om op 15 meter hoogte boven spoorlijnen te gaan fietsen, en de auto koning op straat te laten. Letterlijk de wereld op z’n kop.

Het derde idee is veruit het beste en krijgt nu uitvoering: een drietal ‘Mini-Hollands’ in Londense buitenwijken. Vergis je niet: Dit zijn nog altijd hoogstedelijke milieus, met veel auto-, fiets- en loopverkeer in smalle straatprofielen.
In de wijk Enfield komen drie fietshubs, verbonden door een netwerk van stedelijke en groene routes. Kingston creëert ook twee hubs, plus een doorgaande fietsroute langs de Theems. In Waltham Forest ten slotte komen een nieuwe fietsbrug over de rivier de Lea en een spervuur van kleinere verbeteringen in woonbuurten.



Niet alleen het idee van meer ruimte voor de fietser is geïnspireerd op Nederland. Opvallend in de plannen is dat ook aandacht gegaan is naar de relatie met en verblijfskwaliteit aan het water. Al met al een voorbeeld hoe met fietsinfrastructuur moet worden omgegaan: Bottom-up een netwerk opbouwen, vanuit de woonomgeving van de burger.



De drie projecten zijn vooral ook bedoeld om van te leren. Uiteindelijk is het natuurlijk de intentie om dit over héél Londen, inclusief uiteindelijk ook het centrum, uit te rollen.

Niet uitgesloten is dat wij in Nederland omgekeerd iets van Londen kunnen gaan leren. De eerste lessen zijn er al: De beschikbare 100 miljoen pond werd niet zomaar van bovenaf verdeeld. Integendeel, deelgemeenten werden in een tender uitgedaagd om met creatieve plannen te komen. En die zijn er ook gekomen. Ten tweede kreeg elke deelgemeente behalve een budget ook een goede architect als supervisor mee om de plankwaliteit te verhogen. Dat wekt verwachtingen over de uitvoering.

En ten derde heeft de hevige stedelijke discussie over fietsen [maar ook die over de vele recente hoogbouwprojecten in de Londense binnenstad] geleid tot de constatering dat de burger nauwelijks invloed heeft op de stedelijke ontwikkeling, anders dan de verkiezingen eens in de vier jaar. Dat is in Nederland wel anders.

opinie

1 juni 2014

Get Fat, Stay Poor, and Die in Car Crashes

Uitgebreid nieuw onderzoek in opdracht van Smart Growth America: Measuring Sprawl 2014, naar de effecten van het in lage dichtheden uitbreiden van steden. In 2002 verscheen een eerdere, geruchtmakende versie van het onderzoek. Aangetoond werd toen dat in de VS opkomende compacte steden aantoonbaar meer kwaliteit van leven bieden dan het oude Amerika van de alsmaar uitdijende steden.

In het nieuwe onderzoek zijn 221 stedelijke gebieden met meer dan 200.000 inwoners bestudeerd en is aan elk een Sprawl Index score toegekend. En wat bleek? Des te compacter het stedelijk gebied, des te minder bewoners uitgeven aan huisvesting plus transport. En belangrijker nog: Ze leven gemiddeld 3 jaar langer, en een stuk veiliger en gezonder dan bewoners van minder compacte steden. In die laatste zijn bijvoorbeeld overgewicht, suikerziekte en dodelijke verkeersongelukken veel frequenter.

En die verschillen worden generatie op generatie doorgegeven. Een dichtbevolkte stad helpt mensen succesvol te zijn. Met elke 10% afname in de Sprawl Index stijgt de kans 4,1% dat een kind uit een gezin behorend tot de laagste 20% inkomens op zijn/haar 30e juist tot de 20% hoogste inkomens zal behoren.

Mooi onderzoek. Lees het hier allemaal nog eens uitgebreid na.
Zou interessant zijn om te weten of dat in Nederland ook zo werkt!

event

14 mei 2014

De Energieke Stad





Gisteren in Rotterdam Stedebouwsymposium De Energieke Stad, georganiseerd door Stimuleringsfonds en Stipo. ’s Ochtends rondfietsen langs Rotterdamse bottom-up projecten, ’s middags sprekers en discussie in kleine groepjes. Veel frisse gezichten van kleine startende buro’s, en nauwelijks presentie van De Grote Jongens. Juist daardoor een superinteressante middag met veel enthousiaste verhalen, bevlogen invalshoeken en nieuwe contacten en dwarsverbanden.

Een paar highlights:
Mark van der Net en zijn OSCity: Een supertoegankelijke zoekmachine waarmee iedere burger of bestuurder, ontwerper of opdrachtgever geo-data kan bekijken en combineren. En zo beslissingen veel beter gefundeerd kan nemen.
Paul Gerretsen en zijn pleidooi voor metropolitaan denken en doen op het niveau van de Deltametropool. Hij proeft in buitenlandse regio’s veel honger naar stedebouwkundig ontwerpers uit de Hollandse School. In Nederland zelf lijkt het metropolitane schaalniveau echter op dood tij te zitten. Wachten tot het overgaat? Emigreren?
Pepijn Verpaalen en de door zijn buro Urbanos georganiseerde trip naar Colombia. Er blijkt veel werk te zijn en te halen in Zuid-Amerika, mits je je niet arrogant opstelt, samenwerking zoekt met locale ontwerpers en bereid bent omgekeerd ook kennis of klussen in Nederland te delen.
En Saskia Ruijsink met haar aanstekelijke mix van kennis van de locale èn internationale kansen.

Jany Rodermond sloot het symposium af met messcherpe conclusies:
• Er zijn zat kansen voor jonge kleine buro’s, ook in concurrentie met de gevestigde namen. Voorwaarde daarvoor is het zoeken van cross-disciplinaire samenwerkingsverbanden waarin iedereen kan doen waar hij/zij echt goed in is.
• Nederlandse architectuur en -landschapsontwerp zijn internationaal gezien nu minder HOT dan de Nederlandse stedebouw. Buitenlandse stedelijke regio’s zitten te springen om kennis, talent, inspiratie en ervaring op juist dat hogere schaalniveau.
• Wees actief, laat je zien, groei in Nederland mee met alle initiatieven van onderop en laat pak in het buitenland juist de kansen bij hogere overheden!

Zoals gezegd een mooie middag. Terug naar huis met nieuwe ideeën en nieuwe contacten.

event

2 april 2014

De Hallen zijn nu echt open

Op zaterdag 5 april aanstaande wordt het eerste deel van het monumentale deel van ons project De Hallen eindelijk geopend. Het is feest in de Bibliotheek, Leescafé Belcampo, kunstuitleen Beeldend Gesproken en fietswinkel Recycle.
Om 14.00 uur is er in de bibliotheek voor kinderen vanaf 4 jaar een optreden van Jeugdtheater van Kees en Koos met de voorstelling De Boekenkast. De Fanfare van de eerste liefdesnacht trekt rond door de buurt en zal om 12.30 en 13.15 uur optreden. Bij Kunstuitleen Beeldend Gesproken is de expositie thin lines big waves te zien en is er een meet & greet met kunstenaars. Fietswinkel en –werkplaats Recyle trapt af met een verrassende BMX-show.
Vanaf januari 2013 heeft fotograaf Dick van de Berge het bouwproces vastgelegd. Van de Berge is de zoon van een tramconducteur die De Hallen nog als werkplaats in bedrijf heeft gezien. Zijn foto’s geven een goed beeld van het verbouwingsproces, van het afgraven en puinruimen tot het restaureren en renoveren van dit industriële rijksmonument. Deze tentoonstelling is tot eind augustus te bezichtigen in Bibliotheek De Hallen.
Later dit jaar wordt ook de rest van de oude tramremise opgeleverd, met onder andere de nieuwe bioscoop en veel horeca. De naastliggende woningbouw is volop in aanbouw. De oplevering daarvan staat gepland voor volgend jaar.

Tot ziens allemaal in dit spraakmakende Amsterdamse project!



 

 

event

27 maart 2014

S+RO LIVE #7: De Grijze Stad

Gisteravond weer een S+RO Live bijeenkomst. Thema: De Grijze Stad. Belangwekkend, maar natuurlijk geen sexy onderwerp. Een volle zaal en scherpe discussie lagen daarom niet in de verwachting.
En wat zich ontspon was nog erger: Lange verhalen over instituties, financiële regelingen, wetswijzigingen, demografische verschuivingen zzzzzzz. Zelfs de anders zo scherpe Jaap Modder wist de patient geen leven in te pompen. Stedebouw+Ruimtelijke Ordening? Ze waren gister héél ver te zoeken.
Godzijdank kwam Lodewijk Brunt aan het eind van de avond nog even met de voeten op de aarde met zijn sonore verslag uit Stadsdorp Nieuwmarkt. De binnenstadswijk als ultieme Grijze Woonomgeving. Met zelfhulp van onderop, en wat daar goed en fout aan kan gaan. Toch nog met een glimlach naar huis.

event

16 maart 2014

OpenTopo Workshop



Afgelopen woensdagavond vond in Café Dudok in Hilversum bij wijze van experiment een gratis OSGeo-workshop plaats. Onderwerp: De OpenTopo-kaartbladen, maar eigenlijk was het een workshop over het werken met open geodata, shapefiles en PostGIS in QGIS2, het fantastische open source-programma voor het analyseren en visualiseren van geo-data. De workshop werd gegeven door Jan-Willem van Aalst, initiatiefnemer en beheerder van OpenTopo.

Van alles kwam aan de orde: Van de voor- en nadelen van enerzijds overheidsdata en anderzijds Openstreetmap, tot de opbouw van de kaarten en specifieke kleurkeuzes om deze voor de burger zo leesbaar mogelijk te maken. In de goedgevulde zaal zat een gemêleerd publiek, van beginners tot absolute experts. De meesten met hun eigen laptop op schoot om actief mee te doen. Dat leverde een bijna 3 uur lang durende mix van presentatie, workshop en discussie op. Zowel levendig als leerzaam en nuttig.

Er waren veel meer aanmeldingen dan plek. Daarom gaat deze workshop op 27 maart aanstaande op herhaling in Zwolle. Deelname is ook dan in principe kosteloos. Wel staat een donatiemandje klaar waarin je een bijdrage kunt doneren; richtbedrag is 5 euro. Tijd, zin en gelegenheid?
Meld je snel aan via opentopoworkshop@gmail.com.

opinie

26 februari 2014

De fysieke werkelijkheid van het Web

Deze week viel in hartje Deventer het internet twee dagen lang weg. En dat, jawel, doordat één kabel stukgetrokken werd bij graafwerkzaamheden. Het is een bekend verhaal aan het worden: Vorig jaar legde een kabelbreuk heel Suriname en Guyana urenlang plat en trok het anker van een Nederlands zeiljacht de enige internetkabel van het eiland Formentera naar de gallemiezen.
Kleine oorzaken, grote gevolgen.
En het kan nog veel groter: Op 22 januari zaten honderden miljoenen Chinezen 8 uur zonder internet omdat één technicus één switch in de verkeerde positie zette. En NOG groter: Op 16 augustus vorig jaar viel een DNS-server bij Google enkele minuten weg. Het totale internet-traffic viel daarop een kwartier lang met 40% terug. Eén server, bijna de helft van ’s werelds internetverkeer.



Dat leert nog maar eens dat het internet zoals wij dat als idee in ons hoofd hebben - alles in elke richting verbonden met al het andere - niet klopt met hoe het internet feitelijk fysiek in elkaar steekt. Een in essentie 19e eeuws top-down kabelnetwerk is de drager van het bottom-up groeiende world wide web. We maken het de NSA wel heel makkelijk zo om mee te luisteren: Gewoon inpluggen op de dikste kabels. In bovenstaande snapshot van 's werelds internetverkeer is goed te zien dat slechts een paar 'hypersnelwegen' alles aan elkaar binden, en dat het kleinschalige point-to-point netwerk op zijn zachtst gezegd te wensen overlaat. Via New York van Lutjebroek naar Grootebroek, dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Dat blijft nog wel even zo, leert de geschiedenis. Want het onderstaande tweede plaatje toont dat het idee achter de top-down bloemkoolstructuur van het internet in 1912 al goed bekend was.



En wie nog verder in de geschiedenis teruggrijpt en kaartbeelden van de in de late middeleeuwen ontstane grote zeevaartroutes en van de internationale internetkabels vergelijkt ziet dat deze naadloos op elkaar passen. De centrale kuststeden van de internationale handel weten zo hun machtspositie succesvol te consolideren in de 21e eeuw. Amsterdam is daar een heel goed voorbeeld van: De wereldscheepvaarthaven die een wereldluchthaven bouwde die een wereld Internet Exchange bouwde.





Stelling: Als Dhengiz Khan en Timur Lenk de steden langs de Zijderoute niet verwoest hadden, lag de backbone van het Web nu dwars door Iran en Afghanistan, ipv. onder de oceanen.

Vraag: Iemand zou eens een ontwerpje voor Het Internet moeten maken. Een realiseerbare fysieke structuur die wèl past bij hoe U en ik het feitelijk willen gebruiken. Any takers?

opinie

14 februari 2014

Lekker luchtfietsen in Londen

Nieuws uit Londen: Zes dode fietsers in twee weken. Drie daarvan op of vlakbij de nieuwe Barclays Cycle Superhighways, deels met blauwe verf op het wegdek aangegeven fietsroutes dwars door Londen. Georganiseerd door het gemeentelijke Transport for London, gesponsord door de private Barclays Bank. Uit protest tegen de onveilige situatie hielden 1000 fietsers een Die-in voor het hoofdkantoor van Transport for London.

Boris Johnson is de rechtse burgemeester van London en een naar eigen zeggen ‘militant’ fietser. En hij is niet de enige. Zelfs in Londen is nu al 25% van het ochtendspitsverkeer fietser. Maar ook het aantal dode fietsers stijgt. Johnson zelf had al meerdere near misses met vrachtverkeer in de spelonken van het Londense stratennetwerk. Johnson vraagt om ‘meer persoonlijke verantwoordelijkheid’ van verkeersdeelnemers. Hij gaat er zo aan voorbij dat de brede, autogedomineerde wegen in Londen verleiden tot gedrag dat de veiligheid van de fietser niet ten goede komt.



En zo komt een idee uit 2012 weer boven drijven: SkyCycle. Een 220 km lang netwerk van boven spoorlijnen opgetilde fietssnelwegen, met 200 tolpoortjes, en naar schatting 3 miljoen Londoners die binnen 10 minuten vaan zo’n toegangspunt wonen en/of werken. Dit alles vanuit de idée fixe dat de Londense straten geen ruimte en veiligheid zouden kunnen bieden aan de fietser. Het voorstel - feitelijk al een heel oud idee - komt dit keer van Sam Martin, van Exterior Architecture, en werd door Foster+Partners en Space Syntax Ltd. opgepakt en in wat plattegrondjes en artist's impressions uitgewerkt.

Space Syntax Ltd.? Dat zijn toch de jongens en meisjes die de moderne wetenschap van de stedelijke netwerken zo ongeveer hebben uitgevonden? Die zouden toch beter moeten weten. Véél beter. Want de essentie van het fietsen is dat het vraagt om local integration: Snel van route kunnen veranderen, veel interactie met de omgeving, veel sociaal-economische impact.  Een fietser is voor de stad zowel een consument als een politieagent. Die moet de wijken in. Dus geen kruisingsvrije snelwegen met hun steriele global integration, maar levendige straten waar de fiets prioriteit heeft. Laat die auto’s maar boven de spoorlijn rijden en tol betalen. Dat is een basisprincipe dat juist een bureau dat 24/7 met space syntax werkt nooit over het hoofd had mogen zien.

Critici berekenden bovendien dat uitvoering van SkyCycle in totaal 7 miljard pond kost: Acht keer het beschikbare fietsbudget voor de komende 10 jaar. Dat geld kan beter besteed worden aan vrijliggende fietspaden, veilige kruisingen, passages van bushaltes en betere stallingsmogelijkheden. Zoals de Engelsen zeggen: Far more useful, if less glamorous.

Komt space syntax eens in het nieuws in Nederland, is het met een misser van jewelste. Jammer.

opinie

9 februari 2014

De Duurste Winterspelen aller Tijden?

De Winterspelen 2014 zijn begonnen; de eerste gouden schaatsmedailles zijn in de tas. Het gemor over kostenoverschrijdingen en de zorgen over terroristische aanslagen zijn voor even[?] verstomd. Tijd om toch nog even bij die kosten stil te staan, maar op de manier van de sportanalist: Met statistieken. Onderstaande tabel is gebaseerd op gedegen onderzoeksjournalistiek van Jurryt van de Vooren.

Enkele simpele observaties die zich opdringen bij het bezien van deze summiere, maar intrigerende cijfers:

1. Van de 22 Winterspelen waren er 6 - in rood aangeven - die duurder waren dan alle voorgaande Winterspelen tezamen. Sotsji staat wat dat betreft blijkbaar gewoon in de ‘Olympische traditie’.

2. Die dure Spelen werden vooral georganiseerd in de VS, Japan en nu dus Rusland. Grote landen met grote ambities. Landen als Oostenrijk, Canada, Noorwegen en [met één uitzondering] Zwitserland deden het aanzienlijk rustiger aan. Dat geldt overigens ook voor de laatste twee Spelen in de VS.

3. Buitengewoon dure Spelen worden vaak gevolgd door opvallend bescheiden Spelen. Waarna de kosten weer langzaam oplopen tot een nieuwe piek.

4. De logische verwachting dat Spelen in grotere steden minder duur zijn omdat de noodzakelijke infrastructuur daar reeds aanwezig is lijkt niet eenduidig te worden bewaarheid.

5. De grootste explosie in kosten vond plaats van 1960 tot 1972. In de ruim veertig jaar sindsdien werkten bijna alle Winterspelen met een budget beneden de 3 miljard hedendaagse euros. Met Nagano en, inderdaad, Sotsji als forse pieken.

Lees alle historische achtergronden verder op: www.sportgeschiedenis.nl

event

25 januari 2014

Open Data kills



Afgelopen week is het Kenniscentrum Open Data van start gegaan. Het kick-off symposium op de TU Delft werd zeer druk bezocht. Maar was het ook leerzaam?

Duidelijk werd in ieder geval dat de Nederlandse overheden het principe van open data inmiddels enthousiast omarmen. Elke dag worden nieuwe datasets voor de burger toegankelijk - een jaarlijkse groei van 70%, en de overgrote meerderheid van die data is simpel te koppelen aan een kaartbeeld. Met als resultaat nieuwe combinaties en visualisaties van kennis die ons allemaal het leven makkelijker, profijtelijker of domweg leuker maken. De Rotterdamse app Bridgie - nooit meer te lang en voor de verkeerde brug staan wachten - is een prachtig voorbeeld.
Maar ook die overheden profiteren. ‘De stad als ervarings-deskundige’ levert nieuwe kennis en toepassingen terug, constateerde de Rotterdamse wethouder Korrie Louwers. Minder open en onschuldig was de terloopse opmerking van Arie Versluis van Rijkswaterstaat dat het sluw beschikbaar stellen van open data de burger kan verleiden spontaan overheidsbeleid te gaan zitten uitvoeren: Open data als instrument om tegen de klippen op een traditionele top down-machtsverhouding te continueren. Daar zitten we niet op te wachten, Arie!

Op Europees niveau gaat alles nog niet op rolletjes, vertelde Mart van Bracht van TNO. Terwijl de Chinezen 90% van de grondstoffenvoorraden in de wereld [en met name Afrika] opkopen weet Europa niet eens wat er in de eigen grond zit. Elk land houdt alles op volkomen eigen wijze bij, sommigen als open data, anderen als onderdeel van een verdienmodel en weer anderen behandelen alles als staatsgeheim. Met als gevolg dat wie enig idee wil krijgen van de Europese situatie naar een keurig bijgehouden Amerikaanse overheidssite moet - want daar weten ze het wel. En ondertussen worden in Europa steeds opnieuw projecten gestart, een paar jaar lang uitgevoerd en vervolgens weer gestopt. Waarbij alle moeizaam verzamelde data weer vernietigd wordt - evenals ruim 100 miljoen aan subsidies …

Vooral toepassingen direct gericht op de burger zijn dus succesvol - met soms wat excentrieke uitspattingen. Zoals de website die nu in real-time op een kaart bijhoudt op welke snelweg iemand uitzonderlijk hard over het asfalt raast. Snelheden van ver over de 200 km per uur blijken voortdurend gehaald te worden. Het record staat vandaag op 249 km/u op de A29 bij Barendrecht. Wie kan er harder, mannen?

Inderdaad: Open data kills.

event

23 november 2013

Coöperatieve gebiedsontwikkeling Oostenburg #2

Afgelopen week weer een bijeenkomst in de serie over de toekomst van het eiland Oostenburg. Na avonden die zich toespitsten op stedenbouw, verkeer en openbare ruimte gingen bewoners, ondernemers, eigenaar Stadsgenoot en Stadsdeel Centrum dit keer in discussie over het programma. Dat veel bedrijvigheid moet blijven en honderden woningen aan de mix toegevoegd, daar is iedereen het wel over eens. Maar wat vinden we van extra winkels? Ellen Jacobs van MKB Amsterdam en Tanja Kroezen van de winkeliersvereniging pleitten overtuigend voor geen enkele extra winkel, om zo de bestaande Czaar Peterstraat en Eilandenboulevard geen extra concurrentie aan te doen. En ze kregen iedereen daar in mee. Uitzondering zijn al die moderne tussenvormen, zoals meubelmakers die vanuit hun atelier verkopen of horeca waar ook op kleine schaal producten verkocht worden. Dat moet allemaal kunnen.



Kurk waarop de herontwikkeling van het eiland drijft is de invulling  van de monumentale Van Gendthallen. Vijftienduizend vierkante meter 19e-20e eeuwse bedrijfshal ligt daar te wachten op een nieuwe eigenaar en nieuwe activiteiten. Talloze mooie ideeën passeerden de revue: Bioscoop, creatieve bedrijven, boerenmarkt, horeca, noem maar op. En liefst in combinatie met elkaar, want alleen zo ontstaan verrassende kruisbestuivingen. De belangrijkste conclusies waren dat de hallen zich in ieder geval moeten openen naar de omliggende straten, en dat de hal behalve kleinschalige activiteiten ook grootschalige bedrijven mag huisvesten, zelfs als die in eerste instantie nauwelijks iets met de aangrenzende buurten te maken hebben. Gebouw, plek en omvang overstijgen het buurtbelang.
Maar het zou mooi zijn als uiteindelijk bestaande buurt, nieuwe buurt en nieuwe bedrijven naar elkaar groeien. De aanwezige bewoners en ondernemers hadden daar in grote meerderheid wel vertrouwen in.
Natuurlijk waren ze wel aanwezig: De ontwikkelaar die een inspraakmoment al te nadrukkelijk probeert te kapen om zijn eigen deelplannetje te pitchen, en de bewoner die zich 'geschoffeerd' voelde en er al te gemakkelijk vanuit ging dat hij 'namens de buurt' sprak - wat duidelijk niet het geval was. Het bleven allebei eenlingen.

Stadgenoot is op dit moment in gesprek met mogelijke kopers van het gebouw. De aanwezigen drongen er op aan dat ook die koper, als de kogel door de kerk is, zijn gezicht eens komt laten zien en zijn plannen ontvouwt. Wordt vervolgd dus!

space syntax event

14 november 2013

Open source GIS in opmars!

Gisteren vond onder leiding van Gert-Jan van der Weijden de jaarlijkse OSGeodag plaats, ditmaal op de Bouwkundefaculteit van de TU Delft. Circa 125 mensen uit vooral de Geo-info wereld luisterden naar keynotes, namen deel aan workshops en legden spannende nieuwe contacten.



Bij de workshops liepen ook studenten bouwkunde naar binnen, zodat op die momenten de vooraf beoogde mix tussen ‘geo’s’ en ontwerpers daadwerkelijk ontstond. De geowereld is allang geen in zichzelf gekeerd universum meer van mannen met stoffige baarden en foute spijkerbroeken, integendeel zelfs.
Alleen het aantal vrouwen is nog steeds op één hand te tellen.

Danny Edwards hield voor een volle zaal geïnteresseerden een presentatie over space syntax. Deze zoomde vooral in op de toenemende praktische toepassing ervan in Nederland en daarbuiten. Ook de inspirerende workshops van oa. Dirk Bussche over OpenStreetMap en van Erik Meerburg over QGIS waren vooral heel erg concreet. En Raymond Nijssen gooide de ramen prettig ver open naar de buitenwereld en zorgde ervoor dat er ook nog wat te lachen viel.

Andere presentaties gingen vooral in op standaarden, licenties, technische hobbels en hoe open data te gebruiken. En dat op een manier die voor buitenstaanders/ontwerpers wat minder interessant was dan voor de geo’s die er dagelijks mee bezig zijn. Jammer, omdat de gekozen locatie juist enorm laagdrempelig was voor de voortdurend langslopende niet-geo’s.

De komende jaren zullen enerzijds de geo-techneuten de buitenwereld simpeler tools moeten aanbieden: Hoe gaan U en ik die enorme hoeveelheden [open] geodata gebruiken om betere en snellere beslissingen te nemen? Cruciaal daarbij is het opstaan van ‘geo-makelaars’: Mensen zonder primair technische achtergrond, maar veel kijk op wat potentiële klanten - wij allemaal - werkelijk nodig hebben.

En anderzijds zullen ontwerpers niet meer weg komen met een gebrek aan kennis van BIM en GIS. Schetsen is het leukste wat er is, maar de beste schets heeft wel de voeten op de aarde. Technieken als GIS en space syntax zijn niet langer te negeren. Al helemaal niet omdat programma’s als QGIS, DepthmapX en nog veel meer gewoon gratis te downloaden zijn. Nu, vandaag.

Al met al weer een geslaagde dag. Alleen die man met die luidruchtige boormachine in de naastliggende ruimte, kan die de volgende keer thuisblijven?

space syntax event

12 november 2013

Let's Gro!

Kom naar Let’s Gro op 21 en 22 november en praat mee over de toekomst van Groningen! Het Let's Gro-festival biedt een programma boordevol inspirerende ideeën en toekomstplannen. Ook Edwards Stadsontwerp is uitgenodigd een bijdrage te leveren.



De gemeente Groningen faciliteert het podium en stadjers zelf hebben gezorgd voor de invulling. Bezoek een lezing, debat, presentatie of workshop, etc. Alle festivalonderdelen zijn gratis toegankelijk, maar vol = vol, dus kom op tijd. Voor sommige onderdelen moet je je van tevoren opgeven. Als dit het geval is, lees je dat in het programmaonderdeel.

Op donderdag 21 november laat Danny Edwards aan de hand van concrete voorbeelden elders in den lande in razend tempo zien wat space syntax voor de stad, zijn bewoners, ontwerpers en beslissers kan betekenen. Na de presentatie is er volop ruimte voor discussie.
Datum: 21 november, van 11.00 tot 12.00uur.
Locatie: Gedempte Zuiderdiep 98, Groningen.

Het hele programma van Let's Gro vind je HIER.

space syntax event

17 oktober 2013

Het Naakte Netwerk bij de Provero 2014

Dinsdag 21 januari en dinsdag 4 februari 2014 organiseert de Provero weer twee landelijke studiemiddagen. De Provero is een onafhankelijke club die het gebruik van digitale technieken binnen de ruimtelijke ordening propageert. Het hele programma bestaat beide middagen uit workshops voor planologen, stedebouwers en wie verder geïnteresseerd is.
Danny Edwards verzorgt workshops over space syntax.



De Omgevingswet heeft als doel enerzijds het verbeteren van de samenhang tussen individuele plannen, verschillende schaalniveaus en diverse invalshoeken, en anderzijds het stimuleren van duurzame ontwikkeling en maatwerk. De steeds verdergaande digitalisering van geo-informatie helpt die doelen ook waar te maken, in een wereld die mede door de crisis snel en blijvend verandert.

Danny Edwards laat in zijn workshops zien hoe space syntax, een innovatieve digitale onderzoekstechniek, die gewenste samenhang, duurzaamheid en flexibiliteit een gemeenschappelijke basis kan bieden. Actuele, en op het oog verschillende kwesties als verkeersingrepen, winkelleegstand, kantorenoverschot, sociaal-economische segregatie en meer kunnen zo in één consistent denkraam gevangen worden.
Space syntax doet dat op basis van nauwgezette analyse van het stratennetwerk op buurt-, stedelijk- of regionaal niveau. Want dat netwerk van straten, pleinen, grachten, wegen en stegen is de cruciale en meest onveranderlijke factor voor het functioneren van de stad als sociale gemeenschap. Haal dat netwerk weg en gans het raderwerk komt tot stilstand.
Danny Edwards geeft een korte overview van de theorie en de praktische tools die de moderne planner en ontwerper ten dienste staan. Hij laat aan de hand van enkele concrete voorbeelden uit zijn eigen beroepspraktijk zien wat space syntax voor de ruimtelijke ordening kan betekenen.



De Provero bijeenkomsten worden gehouden op 21 januari 2014 in Zwolle en 4 februari 2014 in Oss. De sessies van Danny Edwards starten om 13.40u.
Inschrijven is kosteloos en kan hier.

space syntax event

28 september 2013

Schrijf je in voor OSGeo Dag 2013

Woensdag 13 november is de OSGeo Dag 2013: Een dag lang praten, luisteren en natuurlijk doen op het gebied van open source geo software. Een must voor de moderne stedebouwer en architect. Danny Edwards doet een presentatie over space syntax.



Netwerktheorieën hebben het afgelopen decennium enorme stappen voorwaarts gezet. In Nederland is daarvoor binnen ontwerpdisciplines veel belangstelling op conceptueel- filosofisch niveau. Het ontbrak echter aan concreet toepasbaar gereedschap. Space syntax wil dit hiaat in de beroepspraktijk vullen. Space syntax biedt een theorie, onderzoeksmethode én bijbehorende open source software. In Nederland nog nauwelijks praktisch ingezet, maar in enkele andere landen al gangbaar geworden.

Space syntax stelt dat het stedelijke netwerk van straten, pleinen, grachten, wegen en stegen een cruciale factor is voor het functioneren van de stad als sociale gemeenschap. Haal dat netwerk weg en gans het raderwerk staat stil. Logisch, want omgekeerd wordt dat netwerk aangelegd, onderhouden en ontwikkeld om ons leven in de stad aan de praat te houden.

Danny Edwards geeft een korte overview van de theorie en de praktische tools die de moderne planner en ontwerper ten dienste staan. Het programma Depthmap staat daarbij centraal. Hij doet dat alles vanuit het perspectief van het kleine, zelfstandig gevestigde stedebouwkundig ontwerpbureau. Hij laat aan de hand van concrete voorbeelden uit zijn eigen workflow zien wat space syntax voor ontwerpers kan betekenen en bestrijdt tevens het misverstand dat GIS-software voor ontwerpers niet interessant is.

Woensdag 13 november 2013, van 9.00-16.30u.
TU Delft, Faculteit Bouwkunde, Julianalaan 134, Delft
Inschrijven voor de OSGeo.nl dag kan tot 7 november.




 

 

event

5 september 2013

S+RO LIVE #4: Stadsstraten

Gisteravond S+RO LIVE #4, ditmaal over het fenomeen stadsstraten. U weet wel, dat netwerk van drukke straten waar alles lijkt te gebeuren, iedereen elkaar prettig in de weg zit en stedelijke economie en collectief geheugen hun ruggengraat vinden.

Wat maakt een goede stadsstraat? Hoe maak je een goede stadsstraat? Geheel in moderne stijl barstte de avond meteen los in die discussie - voor droge inleidingen laat S+RO-hoofdredacteur Jaap Modder nooit ruimte.



Het gesprek was interessant, maar spitste zich gaandeweg steeds meer toe op winkelstraten, en dat is toch echt een apart deelprobleem. Een stadsstraat kan ook fantastisch zijn met slechts hier en daar een winkel. Gezien het forse overaanbod aan winkelruimte wordt juist dàt de komende jaren de uitdaging. Daar hadden we meer over willen horen. Alleen straatmanager Nel de Jager en plintenstrateeg Hans Karssenberg probeerden dat naar het eind toe te corrigeren.

De avond was zo onderhoudend en leerzaam, maar echt duidelijke conclusies bleven uit. Op gemeenplaatsen als 'elke straat is anders' en 'ik weet ook niet wat een stadsstraat is' zit niemand te wachten, integendeel: Een goede ontwikkelaar, gemeente of ontwerper is juist geïnteresseerd in wat generiek is, wat overal klopt, de lessen die altijd opgaan. Althans dat hoop ik.

En die lessen zijn er wel degelijk. Nel de Jager stelde terecht de ambitiekaart van dRO Amsterdam aan de kaak, waarin stadsstraten op nogal moeizame plekken worden voorgesteld. In Nieuw-West worden bijvoorbeeld allemaal parallelle stadsstraten voorgesteld, maar geen enkele straat noord-zuid. Bizar. Is het nu nog niet tot dRO doorgedrongen dat de moderne stad een netwerk is?

Een scherpe Hans Karssenberg constateerde dat Amsterdam weliswaar vocaal op stadsstraten inzet, maar stilzwijgend tienduizenden vierkante meters winkeloppervlak in suburbane centra toevoegt. Daar lijkt iets te wringen. Het juiste antwoord daarop - winkelcentra kunnen stadsstraten ook verankeren en ondersteunen, zie Tussenmeer in Osdorp - bleef uit.

Al met al een mooie avond. Volgende keer misschien het gesprek beter op doel richten, met slides die meer zijn dan alleen neutraal achtergronddecor? Zeg maar informatief, provocatief of overdonderend mooi?

 

 

 

opinie

13 augustus 2013

Het verdwenen miljard van Vogelaar

Deze maand verscheen 'Werk aan de Wijk', de definitieve evaluatie van alle overheidsinspanningen in de - inmiddels weer officieel afgeschafte - 40 aandachtswijken. Conclusie is dat het krachtwijkenbeleid tussen 2008 en 2012 geen onderscheidend gunstig effect op sociale stijging, leefbaarheid en veiligheid gehad heeft. Integendeel: Vergelijkbare wijken maakten vergelijkbare ontwikkelingen door. Was alles dus voor niets? Is een miljard euro in die wijken gepompt zonder dat dat enig positief effect gehad heeft, zoals de kranten kopten?
Dat blijkt deels waar, deels niet waar. Ten eerste gaat het om circa 750 miljoen euro, niet een miljard. Nog steeds een fors bedrag. Ten tweede is dat bedrag nooit evenredig verdeeld over alle wijken. Wijken als Heechterp-Schieringen in Leeuwarden en Meezenbroek in Heerlen hebben vrijwel geen cent ontvangen, andere wijken blijkbaar buitensporig veel. Werd de Randstad voorgetrokken? Het blijft ook in deze evaluatie onduidelijk. Alle wijken worden zonder onderscheid op één hoop gegooid.
Opvallend is de bijna terloopse conclusie dat niemand eigenlijk ook maar enig idee heeft welke projecten zijn uitgevoerd. Heel veel goeie mensen met goeie ideeën en goeie energie  hebben keihard gewerkt in die wijken. Maar zonder duidelijke lange termijnvisie en zonder begrip van hoe effecten en 'vooruitgang' te meten. Dat lukt dus ook in dit rapport slechts mondjesmaat.

Wat volgens ons bovendien altijd ontbroken heeft is een zorgvuldige stedebouwkundige probleemstelling. Bouwprojecten richtten zich volledig op de 'eenzijdige woningvoorraad', en niet op de onderliggende stedebouwkundige problemen. Onze simpele constatering dat bijna alle aandachtswijken direct langs een spoorlijn, een snelweg, een kanaal, rivier of bedrijventerrein liggen [en vaak meerdere van die condities combineren] is nooit opgevolgd met gerichte ingrepen: Het zijn en blijven vaak letterlijk achterbuurten aan 'the wrong side of the tracks'.
Huurwoningen in eigen woningbezit omzetten doet daar niets aan af. In Amsterdam Nieuw-West bijvoorbeeld blijken nieuwbouw koopwoningen minder koopkrachtige groepen aan te trekken dan gemiddeld in de huurwoningen aanwezig is. En in menige andere aandachtswijk bestaat de woningvoorraad sinds jaar en dag voornamelijk uit grondgebonden eigen woningen. Deze constateringen blijven in het rapport ongenoemd.

De centrale ambitie in bijna alle aandachtswijken was om de wijk 'normaler' te maken. Doorsnee wijken, met een gezellige 'extra kleur'. Juist deze ambitie was vanaf het begin onverenigbaar met de bijzondere stedebouwkundige positie van de wijken. In achterafbuurten ontstaan subculturen: de Turkse buurt, de studentenbuurt, de ouderenbuurt etc. Lang niet altijd slechte wijken, maar vaak ook uitgesproken goede wijken. De opdracht had moeten zijn om voor elke wijk de juiste karakterisering te vinden. Het had er niet om moeten gaan om buurten naar 'de norm' te brengen. Het had er om moeten gaan om mensen in staat te stellen zich optimaal te ontplooien. Geen wonder dat ze in Zweden hun aandachtswijken al veel eerder hadden afgeschaft.

Nederland zonder aandachtswijken; daar is niets aan verloren. Wat blijft is de vraag wat we gaan doen met onze slechte wijken. Richten we ons alleen nog op mensen? Of heeft de stedebouw nog een bijdrage te leveren? Dat laatste zou dan het maken van duidelijke keuzes moeten zijn: Of een 'achterbuurt' als achterbuurt accepteren, en daar op een goede manier mee omgaan, òf de letterlijk gesegregeerde ligging van zo'n buurt aanpakken.
Het zou mooi zijn als we met die laatste optie wat ervaring gaan opdoen, want ook de Vinexwijken verouderen snel en zijn vaak op nog veel slechter gelegen locaties gebouwd. We staan nog maar in de eerste fase van het probleem!

straatleven

22 juli 2013

De Brugbeheerder rukt uit

Amsterdammers, ze kunnen óveral over van mening verschillen.
Zomaar een zomermiddag in de Staalstraat. Ingredienten: De zelfbenoemde regelneef, een clubje wakkere buurtbewoners, oom agent, de brug en de slijptol.
Straattheater van de bovenste plank.
Bekijk hier het filmpje.

space syntax event

25 juni 2013

Space syntax voor de fijnproever

Afgelopen woensdag een leuke workshop annex serie presentaties gedaan in het kader van het project 'Spin in het Web - Het stedenbouwkundig Bureau van de Toekomst'. Dit is een opdracht vanuit de Innovatie Alliantie, onder regie van het onderzoeks- programma 'De Stad' van de Hogeschool van Amsterdam.



Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met een consortium bestaande uit de BNSP, het Kadaster, het Bouwfonds en de bureaus Soeters van Eldonk en BGSV. Doel is het delen van kennis tussen stedenbouwkundige bureaus en de [aankomende] professionals in het werkveld.

Het project focust zich vooral op nieuwe digitale onderzoeks- en ontwerpmethodes. Onze specifieke kennis en inbreng is natuurlijk space syntax, de moderne methode om steden als netwerken haarscherp te analyseren. Danny Edwards deed een aantal presentaties voor kleine groepjes geïnteresseerde vakbroeders en -zusters. Na afloop was er discussie en werden zowaar de contouren zichtbaar van nieuwe samenwerkingsverbanden.

We leverden al eerder diverse bijdragen aan dit onderzoeksproject. Een door ons in samenwerking met de TU Delft voor de Gemeente Maastricht verricht onderzoek is als case study te vinden op de website van Spin in het Web.

 

opinie

19 juni 2013

Bricks en Clicks



'Shoppers want Amazon to open stores on the UK high street', kopt de Daily Telegraph deze week.

Volgens Engels onderzoek wil 31% van het winkelend publiek graag een vestiging van Amazon in de stad. Interessant, want doorgaans wordt aangenomen dat webshops vooral ten koste gaan van het fysieke winkelen in de oude, vertrouwde Hoofdstraat. Blijkbaar kunnen ze elkaar misschien ook versterken.

En dat blijkt ook in Nederland zo: Neem bijvoorbeeld Camerawarehouse.nl. In 2003 begonnen als een webshop heeft de onderneming tegenwoordig een grote flagship store in Amsterdam: Camera Warehouse XL, de grootste foto- en videowinkel van Noord-Holland. Hier staan oude rotten uit het cameravak alsof er niets veranderd is klaar met hun adviezen voor de klant.
Uit onderzoek blijkt dat zij niet alleen staan: Maar liefst 20% van de Nederlandse webwinkels heeft inmiddels ook een fysieke winkel geopend, en van de resterende webondernemers is meer dan de helft geïnteresseerd om hetzelfde te doen: Vooral shop-in-shop, maar ook een vaste eigen winkel of een tijdelijke pop-up store.

Internet, de crisis, krimp en vergrijzing zetten het winkelvloeroppervlak onder druk. Bovendien hebben we de laatste 10 jaar per saldo teveel winkeloppervlak gebouwd. Het ligt echter genuanceerder.
In de Randstad doen de kernwinkelgebieden het prima. Datzelfde geldt voor de suburbane centra. Buiten de Randstad zijn de verschillen tussen binnensteden, suburbane centra en dorpscentra relatief klein en doen locaties het matig tot redelijk. In de echte periferie van Nederland, zoals bv. Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- en Midden-Limburg en Oost-Groningen, vallen de zware klappen. Met name in de binnensteden. Daar zijn het opvallend genoeg de locale dorpscentra die zich nog het best staande houden.

Conclusie is dus dat het bijbouwen van winkel vierkante meters in het grootste deel van Nederland inderdaad economische zelfmoord is. Met name aan de zuid- en oostrand van Nederland moet nu toch echt winkeloppervlak gesloopt worden. Maar er zijn ook winnaars: De kernwinkelgebieden in het westen [zoals Haarlem, Amsterdam, Utrecht]. Zoals op zoveel andere aspecten blijkt ook qua detailhandel dat Nederland steeds meer als één stad gaat functioneren, met de Noordvleugel van de Randstad als het centrum. Fysieke locatie is onverminderd belangrijk.

Terug naar Amazon. Heel voorzichtig waagt Amazon zich nu in een locale business: Groente! In 2007 gestart in twee binnenstedelijke buurten in Seattle, is AmazonFresh pas nu toe aan de eerste stappen in enkele dichtbebouwde buurten van Los Angeles als tweede stad. Winst wordt nog niet gemaakt, maar het is een nieuwe bedreiging voor de traditionele winkelier en winkelstraat. Daartegenover staan de geruchten dat Amazon in Canada wil starten met fysieke winkels: Internet en de stad raken steeds meer verweven.
Bedreigingen en kansen - eigenlijk is er niets veranderd.

Ondanks alle terechte zorgen over de fysieke detailhandel in Nederland, is er op sommige locaties dus wel degelijk voldoende economisch draagvlak. En webwinkels kunnen aan de invulling daarvan een hele slimme bijdrage leveren. Momenteel werken we hard aan een dergelijk plan: Het suburbane centrum Amsterdam-Osdorpplein. 

event

15 juni 2013

De Dragers en de Mensen

'De Dragers en de Mensen, Het einde van de massa Woningbouw'. Een wereldberoemd boek, in 1961 geschreven door John Habraken. De ideeën uit het boek zijn nog altijd springlevend en hetzelfde geldt voor de man zelf: Hij woonde gisteren een bijeenkomst bij waarin de Amsterdamse Solids van Stadgenoot tegen het licht werden gehouden: Over de successen, de teleurstellingen en vooral de lessen voor de toekomst.



Die Solids, één op IJburg en één in Amsterdam-West, zijn gebouwen met een zeer robuust casco en daarbinnen volledige vrijheid voor de huurder om zijn eigen inbouwpakket te creëren. De discussie werd gevoerd door bewoners, opdrachtgever, architect en de schrijver van het evaluatierapport.
Al snel werd duidelijk dat niet alles is goed gegaan. Het concept van functiemenging in hoogstedelijke dichtheid blijkt op IJburg aanmerkelijk minder aantrekkingskracht te hebben dan in West. Op IJburg wordt vrijwel uitsluitend gewoond, en is zelfs sprake van enige leegstand. In West is vooral sprake van een bipolaire stoornis: Bijna de helft van het gebouw is toebedeeld aan drie hotels, die een constante bron van ergernis vormen voor de bewoners die daar aan dezelfde galerijen omheen wonen. Dat leidde tot de constatering dat in een dergelijk kwetsbaar concept nooit één functie zo duidelijk mag overheersen als in dit geval de hotels, en dat omgekeerd de huurders bij binnenkomst weliswaar hechten aan keuzevrijheid, maar daarna toch vooral controle willen houden over wat er om hun heen gebeurt. Gewone burgers dus.

Lessen voor de toekomst: 1. Investeer alleen in maximale flexibiliteit van de begane grond, daarboven is het toch vooral wonen. 2. De hoge investeringen in het casco tbv. een brede doelgroep bedrijven schrikken die doelgroep juist af: Niet meer doen dus. 3. Huurders van totaal verschillende achtergrond worden niet spontaan een groep. 4. Als een evenwichtige functiemenging voorop staat, vereist dat een verhuurder die dat vanaf het begin duurzaam bewaakt en grenzen stelt.

De Solid in Oud-West is één van de gebouwen in ons project WG-Oost.

opinie

3 juni 2013

Gezi Park, Istanbul: Het oog in de storm

Nu al drie dagen prominent in het nieuws: Rellen in een groot aantal Turkse steden. Burgers eisen meer inspraak en een minder autocratisch bestuur. Aanleiding voor dit alles is het plan van de regering Erdogan om de kleine, groene stadsoase Gezi Park te bebouwen met een nieuw winkelcentrum. Veel meer dan het weinig effectieve stadsbestuur is de regering namelijk rechtstreeks de baas in Istanbul. Bovendien: Erdogan is een voormalige burgemeester van de stad en de beoogde ontwikkelaar van Gezi Park is de schoonzoon van Erdogan.

Maar Gezi Park is, als laatste restant van een park dat ooit tot aan de Bosporus reikte, wettelijk beschermd groen. Om onder de wet uit te komen hebben overheid en ontwikkelaar bedacht het winkelcentrum de vorm te geven van het oude militaire complex wat hier ooit stond, maar al 60 jaar geleden gesloopt werd. Onder het mom van 'bescherming van monumenten' worden park en rechtstaat opgeofferd aan een kitscherige imitatie van een verdwenen gebouw.
Die truc is op zich van alle tijden. Ook in Amsterdam  is het altijd raadzaam om nieuwe plannen te verdedigen door te benadrukken dat ze iets herstellen of een kwaliteit weer terugbrengen. Te zeggen dat iets NIEUW is, is een tikje een kamikaze-actie.

Taksim in het algemeen en Gezi Park in het bijzonder vormen samen een plek die iedere bewoner van Istanbul na aan het hart ligt en een enorme symboolwaarde heeft. Dit is de plek waar sowieso alle grote demonstraties en festiviteiten plaats vinden. Zowel Galatasaray, Fenerbahce als Besiktas speelden hier hun eerste wedstrijden. In het parkje is nog de vorm van de oude tribunes verwerkt. Bebouwen van deze plek was waarschijnlijk een weloverwogen provocatie van de regering aan de burger. Een rechtstreekse aanval op de betekenis van de plek.



Al langer broeit in Istanbul het ongenoegen. Hoewel het in economische zin heel goed gaat met de stad, blijft de ruimtelijke kwaliteit daarbij ver achter. Voor een 3e brug over de Bosporus is een tracé gekozen dwars door één van de mooiste bossen rond de stad. De TOKI-aanpak van verwaarloosde woonwijken bestaat in de oude stad vooral uit sloop/nieuwbouw die monumentale Ottomaanse woonhuizen wegvaagt en zittende bewoners ver de stad uit jaagt.

Zo bezien is het eigenlijk geen wonder dat een kleine stedebouwkundige kwestie een heel land in vuur en vlam kan zetten. Bewoners van Istanbul blijken bereid om een stukje economische groei op te offeren voor meer kwaliteit van leven. En ze zijn bereid hun recht te bevechten op meer inspraak dan alleen via de 4-jaarlijkse stembus.
Als dat lukt, kan Atatürk posthuum tevreden zijn: Turkije is een modern land geworden.

[illustraties afkomstig van www.archinect.com] 

event

23 mei 2013

S+RO LIVE #3: Groeikernen

Gisteravond weer S+RO LIVE. Inmiddels de 3e aflevering, met ditmaal als thema: De groeikernen. Of beter gezegd, de voormalige groeikernen, want veel van die kernen hebben al 20 jaar geleden hun vooraf gedefinieerde omvang bereikt. Ontwikkeling nu focust vooral op het opkrikken van ruimtelijke kwaliteit, toevoegen van stedelijke voorzieningen en het managen van 'zorgpuntjes'.

Hoofdgast Ivan Nio had als centrale boodschap dat Spijkenisse, Almere, Hoofddorp etcetera op hun eigen kwaliteit beoordeeld moeten worden, en niet als mislukte steden. Nogal een open deur, en dat hij zijn mededelingen aan de zaal monotoon vanaf een briefje voorlas hielp ook niet echt.

Na hem sprak Mirjam Salet, burgemeester van Spijkenisse, met een prettige combinatie van betrokkenheid tot haar gemeente maar ook met distantie kunnen kijken. Dat was al veel beter, al leverde ook haar bijdrage nul nieuwe gezichtspunten op.

Hoogtepunt van de avond was Wies Sanders van UrbanUnlimited. Zij liet een aantal hilarische, muzikale, ontroerende en werkelijk informatieve filmfragmenten over groeikernen in binnen- en buitenland zien. En deed dat met een onderkoelde scherpte die de andere sprekers ontbeerden. Op 7 en 8 juni aanstaande organiseert zij weer rooftop screenings in Rotterdam, met een absurdistische Japanse film [Shinboru, 2009] en een film over licht, duisternis, de mens en de stad [The City Dark, 2011].
Een uur cultuur met uitzicht over Rotterdam voor slechts 5 euro!

Die groeikernen, tja ... De discussie kwam nooit los; spreker Gerard Marlet die misschien wèl voor vuurwerk had kunnen zorgen liet het op het laatste moment afweten. De avond werd ongebruikelijk slecht bezocht, met een halfgevulde zaal en mensen die het ruim voor het einde alweer voor gezien hielden. En voor één keer hadden de thuisblijvers gelijk.

event

12 mei 2013

Gewonnen!

We hebben gewonnen! En nee ... niet een nieuwe opdracht, maar iets nog veel belangrijkers: Het ArchiCup Amsterdam 2013 bekertoernooi!
De ArchiCup is de zaalvoetbalcompetitie voor architecten, stedenbouwkundigen, landschappers en planologen uit Amsterdam en omstreken. Ons team, UrbanUnited XL, veroverde dit jaar de felbegeerde beker door in de finale het gevreesde FC Uytenhaak na strafschoppen te verslaan. We bereikten de finale door eerder onder andere te winnen van Rohmer en De Ruiter, LEVS, OTH en Royal Haskoning.
Al sinds 1998 organiseren we dit toernooi. Inmiddels zijn ook in Rotterdam, Den Haag, Antwerpen en Gent dergelijke competities succesvol opgezet. De Amsterdamse is echter nog altijd veruit de grootste, met jaarlijks zo'n 150 wedstrijden.

Daan, Dhiney, Ivan, Jelle, Mark, Mark, Martijn, Pim, Rashid, Tijl, en Wiebo: Gefeliciteerd!

opinie

16 april 2013

Prijsduiken!

Het kan goedkoper: John Morefield, architect te Seattle geeft architectonisch advies op de biomarkt in Seattle. Voor 5 cent, standaardtarief. De grap is dat het nog werkt ook: Een jaar op de markt leverde hem uiteindelijk 50.000 dollar aan echte opdrachten op. 5 cent voor een adviesje: Geen prijsduiken, eerder een slimme manier van contacten opdoen.



Maar niet elk beroep leent zich voor de snelle 5 cent-vraag. En klanten kunnen behoorlijk overvragen. Vraag dat laatste maar aan schrijver Brent Weeks.



De les: Zet als ontwerper een stap extra, deel kennis, geef kleine adviezen weg. Maar voor serieus werk moet serieus betaald worden. En de klant die dat niet begrijpt kan inderdaad beter bij de concurrente terecht.

Dat u het weet :-)

opinie

27 maart 2013

Kort door de bocht naar de supermarkt

'Inwoners van Amsterdam hoeven maar 500 meter te lopen naar de supermarkt', kopt dagblad Het Parool vandaag. Naar eigen zeggen op basis van een bericht van RTL-nieuws, dat zich op zijn beurt weer baseert op CBS-onderzoek, dat weer verwijst naar gegevens aangeleverd door Locatus.

Maar klopt dat dan wel?

Een korte duik in de resultaten van ons space syntax onderzoek naar de relatie tussen stedelijk netwerk en detailhandelsvestigingen in Amsterdam leert dat supermarkten verrassend vestigingsgedrag vertonen: Net als alle andere winkels hebben supermarkten klaarblijkelijk een duidelijke voorkeur voor vestiging in de vooroorlogse stad. En wordt het daarbuiten heel snel minder. Heeft een binnenstadsbewoner meer honger dan een tuinstedeling? Of vaker? Of zijn het allemaal alcoholisten daar?

De Westelijke Tuinsteden in Amsterdam zijn stiefmoederlijk bedeeld met supermarkten, en de vestigingen die er zijn, zijn ook nog eens zij aan zij geclusterd op een zeer beperkt aantal winkelpleinen. Dat leidt tot loopafstanden van vaak meer dan een kilometer. Ook de Watergraafsmeer kent een forse blind spot en het ergst is het westelijke deel van Amsterdam-Noord eraan toe: Daar ligt een omvangrijk gebied [Tuindorp Oostzaan, De Bongerd] waar het voor ruim 15.000 inwoners meer dan één tot anderhalve kilometer lopen is naar de dichtstbijzijnde super.

Toont maar weer eens aan dat journalistiek onderzoek iets anders is dan zonder te checken een bron fout citeren die een andere bron citeert etcetera etcetera etcetera. Geen wonder dat mensen geen krant meer lezen.

opinie

13 maart 2013

Witte rook, Amy Winehouse en Albert Einstein

Witte rook - een nieuwe paus. Jorge Mario Bergoglio, een echte porteño met een sobere levensstijl: Hij is supporter van San Lorenzo de Almagro, heeft geen auto, verplaatst zich consequent per bus en verkoos tot nu toe een eenvoudig appartement boven het aartsbisschoppelijk paleis van Buenos Aires.

Dan vraag je je als stedebouwer af: Hoe zit dat bussysteem in Buenos Aires eigenlijk in elkaar?

Buenos Aires heeft een van de drukste metrosystemen ter wereld. Maar het is de bus die de ruggengraat van het openbaar vervoer vormt. Dat busnet is honderd jaar terug ontstaan uit het collectief gebruik van taxi's en heet daarom nog steeds 'los colectivos'. Meer dan 100 lijnen rijden 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. Elke rit binnen het onmetelijke stadsgebied kost 1.70 peso's, ofwel een kwartje in eurocenten.

Kijk - dàt is openbaar vervoer.

Goed genoeg voor de paus. Zoals ook Albert Einstein nooit z'n rijbewijs haalde, maar bus, metro en de fiets bleef prefereren. En Amy Winehouse na hem.
Mooier nog: Science fiction auteur Ray Bradbury leefde 65 jaar zonder rijbewijs in autostad Los Angeles. Zijn opinie: Once the automobile appeared you could have predicted that it would destroy as many people as it did.

Ondertussen delen steeds meer jonge Amerikanen zijn mening. Reeds een kwart heeft geen rijbewijs, en geeft als reden de kosten, het milieu en de algehele pain-in-the-ass van autobezit.
De American Public Transportation Association schat dat forenzen zonder auto per jaar $9.800,- besparen. In New York City zelfs $14.400,-. Dat zijn heel veel bus- of taxiritten. Dat had Albert goed gezien.
En ook die paus is zo dom nog niet. Alleen het homohuwelijk Jorge, is dat nou echt 'een oorlog tegen God'?

event

18 januari 2013

S+RO LIVE #1: Metropoolregio Amsterdam

Deze week werd het nieuwe nummer van S+RO Magazine opgeluisterd met een heuse launch party. Vijf sprekers vulden de avond met statements van ieder 10 minuten. Onderwerp: De Metropoolregio Amsterdam, specifiek de economische ontwikkeling daarvan. Joop Krul, Bart van Eekelen, en Rob van der Bijl belichtten de rol van respectievelijk Schiphol, Zuidas en overige infrastructuuur. Gedegen en met de gebruikelijke diverse City Indexes, maar zonder verrassingen of verfrissende nieuwe inzichten. Constateringen als 'het ontbreekt aan een sterke regionale visie en -bestuur' zijn zo langzamerhand wel een open deur.

Zef Hemel deed het anders en hield een peptalk over de fan-tas-ti-sche uitgangspositie waarin Amsterdam verkeert en nodigde de hele wereld uit toch vooral NU in Amsterdam te investeren. Daar mag hij gelijk in hebben, maar zijn verhaal was qua onderbouwing nogal oppervlakkig. Wel was hij degene die het meest direct stedelijkheid zelf onder de aandacht bracht. In plaats van het onder vakgenoten overheersende wereldbeeld waarin een bruisende stad het logische product is van infrastructuur x bebouwingsdichtheid.

De winnaar van de avond was echter oud-wethouder Jeroen Saris. Als enige probeerde hij een overkoepelende visie op de Metropoolregio te formuleren. Daarbij stelde hij genadeloos en zeer terecht de positie van Almere aan de kaak. Alle Amsterdamse- en Rijksaandacht is op Almere gericht, terwijl overduidelijk is dat Almere in diepe stagnatie verkeert. In een mate die niet alleen uit de crisis verklaard kan worden. 'Wat heeft het voor zin om tienduizenden woningen te bouwen op een plek waar mensen niet willen wonen?' Als alternatief bood hij de as Amsterdam-Noordzeekanaal-Zaan-Zaanstad. Een gebied met enorme kwaliteiten, en nog heel veel ruimte en kansen. Goed gezien, Jeroen!

Presentator Jaap Modder probeerde energiek sprekers en zaal tot botsingen te provoceren. En dat valt niet mee in een zaal stedebouwers en planologen - van nature een grauw en emotieloos volkje.

S+RO Magazine zal voortaan elke nieuw nummer opluisteren met een dergelijke bijeenkomst. Het is een uiting van de nieuwe koers die S+RO wil varen: Minder geschreven woord, meer community. We gaan het zien!

event

29 november 2012

Geen woorden maar schetsen!

Uitgeverij Trancity, De Beuk organisatieadvies, Enno Zuidema Stedebouw en AIR Architectuur Instituut Rotterdam presenteerden gisteren in Amsterdam de resultaten van hun onderzoek naar stedebouw in deze tijd. Stedebouwkundigen en architecten luisterden naar achtereenvolgens Enno Zuidema en Larry Beasley.

Aanleiding voor de bijeenkomst was het verschijnen van het manifest Stedebouw als veranderkracht - werken aan verbreed vakmanschap. Daarin wordt een ontwikkelingsperspectief geschetst waarin de maatschappelijke opgaven en de competenties van de stedebouw weer bij elkaar gebracht worden. Stedebouw met een stevige poot in zowel ontwerp als proces.

De denkbeelden over verandermanagement van Léon de Caluwé worden in dit manifest verbonden aan de stedebouwkundige praktijk. Het manifest brengt dat duidelijker en aansprekender naar voren dan Enno Zuidema in zijn presentatie kon. Jammer dat mede-auteur Dorien de Winter niet de helft van de presentatie deed.

Gastspreker en globetrotter Larry Beasley was van een ander kaliber. In een meeslepend verhaal gaf hij, aan de hand van zijn 30 jaar ervaring als stadsplanner van Vancouver, vier adviezen mee aan de aanwezige stedebouwers.

Maak jezelf publiek zichtbaar - en dat zo letterlijk mogelijk. Wacht niet af, ga naar mensen toe en draag je kennis over. Zodat zij hun mening beter geïnformeerd kunnen geven.

Breng initiatiefnemers, omwonenden en overige betrokkenen bij elkaar. Geef ze de kans om geschillen 1 op 1 op te lossen.

Geen woorden maar schetsen! Taal verhardt vaak standpunten; taal verhult vaak problemen. Taal lost niets op, schetsen wel. Cruciaal daarbij is een wenig bekend feitje: Taal resideert in onze linker hersenhelft, die routinehandeling bestuurt. Tekenen zit in onze rechter hersenhelft, die snel en open reageert op plotselinge stimuli.
Wil je mensen uit hun vooroordelen trekken dan moet je ze laten schetsen.

En tot slot: Hou je bij je core content. In de moderne netwerkwereld heeft de stedebouwer een waardevolle rol en een uniek talent. Samenwerken en gehoord worden lukt het best als je zelf een open oor hebt, maar vooral je eigen verhaal maximaal inbrengt.

Beasley is vaker in Nederland te vinden om zijn kennis over te dragen: Een absolute aanrader. Thank you Larry!



 

event

16 november 2012

Coöperatieve gebiedsontwikkeling Oostenburg

Het eiland Oostenburg is een restant van de oude 17e eeuwse VOC-werf. Delen van Oostenburg zijn al decennia geleden omgevormd in woongebied. Wat nu resteert zijn vijf grote ontwikkelvelden, deels gebruikt door al dan niet tijdelijke bedrijvigheid, spraakmakende horeca en charmante idioten.

Gebied en gebouwen zijn grotendeels in bezit van Stadgenoot. Deze wooncorporatie wil deze plek op vernieuwende wijze herontwikkelen, samen met huidige gebruikers, [toekomstige] bewoners en ondernemers. Maar hoe pak je dit aan in deze weerbarstige tijd?

Op een goed bezochte bijeenkomst gisteravond werd duidelijk dat het toekomstbeeld [50% werken, 50% wonen] door alle, zeer diverse betrokkenen gesteund wordt. Verschil van mening bestaat vooral over de manier om die streefmix te bereiken.
Gerard Anderiesen [Stadgenoot] en Boudewijn Oranje [wethouder Stadsdeel Centrum] willen een flexibel bestemmingsplan opstellen om het nu nog verboden wonen in het gebied mogelijk te maken. Een traditionele werkwijze met eigentijdse ambities.
Marrit van der Schaar [Platform31] en Kees van Ruyven [zelfstandig procesmanager] daarentegen pleitten ervoor om de energie van ondernemers nu onmiddellijk te benutten en gewoon te beginnen. Wonen zou in die visie toegestaan moeten worden via postzegel-bestemmingsplannen op maat. Hoe zij denken om te gaan met de industriële geluidcontour die over het hele gebied ligt werd niet duidelijk.

De discussie was levendig, maar ontaardde soms in 'inspraakavondje spelen', waarbij mensen in de zaal de sprekers voor 'mastodonten' uitmaakten. Dat ontlokte Anderiesen na een tijdje de begrijpelijke reactie dat het juist die mensen waren die ouderwetse patronen in stand houden. Die manier van omgang met elkaar mag volgende keer beter.
Een ander aandachtspunt was de signatuur van de belangrijkste sprekers. Zowel Van der Schaar, Van Ruyven als dagvoorzitter Egbert Franssen zijn lid van de Maatschappijraad van Stadgenoot - een gegeven dat door geen van de betrokkenen benoemd werd.
Hebben we nu de hele avond zitten luisteren naar een interne discussie bij Stadgenoot?

event

15 november 2012

Vandaag Wereld Stedebouwdag! [althans ...]

Vandaag is het Wereld Stedebouw Dag!
Althans … in sommige delen van de wereld.

Vandaag organiseert de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning [VRP] weer de jaarlijkse activiteiten in het kader van Werelddag van de Stedebouw. De dag breekt dit jaar een lans voor een vernieuwend gemeentelijk ruimtelijk beleid.
De internationale organisatie voor World Town Planning Day is in 1949 opgezet door professor Carlos Maria della Paolera van de Universiteit van Buenos Aires. Het doel was en is het wereldwijd promoten van zowel de professionele als de publieke aandacht voor de stedebouw. De dag wordt tegenwoordig georganiseerd door de International Society of City and Regional Planners [ISoCaRP].

Ruim 30 landen op 4 van de 5 continenten doen mee. Ondanks dat ISoCaRP in Den Haag gevestigd is, doet Nederland zelf zelden of nooit mee met activiteiten. Vlaanderen dus wel … maar lekker eigenwijs op de verkeerde dag. Wereld Stedebouwdag is namelijks jaarlijks op 8 november: Vandaag precies een week geleden.

Zo wordt het natuurlijk nooit wat.

event

13 november 2012

Vectorworks BIM Camp

Dinsdag 27 november aanstaande vindt in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam een Vectorworks BIM Camp plaats. Vanaf 13.00u 's middags kun je je laten inwijden in de praktische toepassing van openBIM binnen een Vectorworks workflow.

BIM is in principe heel eenvoudig: Ten eerste consequent in 3D tekenen, ten tweede IFC data aan dat model toekennen, en vervolgens het geheel delen met de andere bij het ontwerp- en bouwproces betrokkenen. Overstappen naar BIM heeft desondanks de reputatie uitdagend, frustrerend, tijdrovend en duur te zijn. En bovendien de creativiteit in de eerste ontwerpstadia in de weg te zitten. Vectorworks BIM Camp wil aantonen dat dat niet zo is.

BIM-expert en architect Luis Ruiz [Nemetschek] toont de toepassing vanaf pril schetsontwerp tot finale projectdocumenten. Daarbij wordt ook de samenwerking met andere BIM-programma's geïllustreerd.
Paul van Pelt [Bouwconnect] legt uit hoe Bouwbesluit-conforme bibliotheken via IFC in Vectorworks te gebruiken. Biplab Sarkar [Nemetschek] licht de toekomstige ontwikkeling van Vectorworks toe. Tot slot brengen Marc Bouten [BIM-specialist] en Henk Tiegelaar [DKV] BIM middels voorbeelden in de praktijk.

Hetzelfde programma vindt een dag eerder ook in LantarenVenster in Rotterdam plaats.

Al met al een mooie gelegenheid, juist ook voor stedebouwers, om te kijken wat de combinatie BIM en Vectorworks te bieden zou kunnen hebben!

event

2 november 2012

Seminar Spin in het web

Dinsdagmiddag 4 december vindt het seminar De spin het web plaats in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

Het onderzoeksprogramma Spin in het web van de Hogeschool van Amsterdam doet onderzoek naar de toepassing van ruimtelijke analyse-systemen in de stedebouw. Tijdens het openingsseminar wordt de veranderende opgave scherp gesteld en de mogelijkheden voor innovatie van de expertise verkend. Zowel de zaal als een team van 7 experts zal om hun reactie gevraagd worden.

Drie sprekers leiden het geheel in.
Rob van der Velden [Atelier Dutch] spreekt over de dagelijkse praktijk, de veranderende opgave en de verschillende partijen in het proces. Hij geeft zijn visie op de bagage, kennis en strategieën die hij nodig heeft om tot realisatie te kunnen komen.
Monique Mulder [Mattmo Communication] spreekt over het zichtbaar en concreet maken van de rol van gebruikers van de stad. Placemaking en citybranding voor het realiseren van projecten in een veranderende markt. Hoe koppel je de soft facts aan de hard facts?
Karen van der Molen [WAAG Society] spreekt over de betekenis van innovatie en technologische ontwikkeling voor mens, gebouw en stad. Zij geeft een overzicht van technologieën die niet meer weg te denken zijn in de dagelijkse werkelijkheid.

Het Seminar Spin in het web biedt zo een staalkaart van de methoden en technieken die de moderne stedebouwkundige ten dienste staan, en sluit af met een einddiscussie en - natuurlijk - een borrel!

Deelname gratis - aanmelden verplicht. Mail naar spininhetweb@hva.nl, o.v.v. seminar 4 december.

Meer info volgt op: www.spininhetweb-hva.nl



 

 

 

 

event

31 oktober 2012

Symposium Spontane Stad

Vormgeven aan de spontane stad: Hoe werkt organische stedelijke ontwikkeling eigenlijk in de praktijk? Die vraag stond afgelopen dinsdag 30 oktober centraal op het symposium over organische gebiedsontwikkeling in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

Organische ontwikkeling biedt ruimte voor gevarieerde initiatieven en een open-eindeproces zonder blauwdruk: Verbouwen de stad van onderop! Een school ombouwen tot ruimtes voor kleine bedrijven; een kantoorgebouw tot appartementen of een hotel; horeca en wonen in een lege graansilo; verwaarloosde openbare ruimte inrichten als park voor en door bewoners; paviljoens op tijdelijk braakliggend terrein als onderdak voor kinderopvang of vergaderzalen.

Kortom: Het traditionele werkterrein van de kraker nu als mainstream activiteit. Het leidt idealiter tot meer stedelijke diversiteit en meer flexibiliteit dan grootschalige top down-projecten.

Sjoerd Feenstra [Urhahn Urban Design], Arjan Raatgever [Platform31], Niels Sorel [Planbureau] en Ruben Maes spraken over de resultaten en de valkuilen. Justus Uitermark [Erasmus Universiteit] schetste een optimistisch en een cynisch toekomstscenario. In dat laatste is de huidige hype niet meer dan een blipje in een voortgaand proces van doordenderende schaalvergroting.

Het main event of the evening was de ronde met groepsgesprekken van de 200 aanwezigen met 12 praktijkexperts in organische stedelijke ontwikkeling. In deze groepjes werd in hoog tempo kennis uitgewisseld: Hoe maak je een flexibel bestemmingsplan? Hoe organiseer je draagvlak? Hoe omzeil je de financiële klippen? Hoe voorkom je dat enthousiaste mensen gaande het proces teleurgesteld afhaken? Op welke manier kun je vergaarde kennis aan projecten elders overdragen?

Jammer was dat het strakke programma vervolgens geen tijd bood om de conclusies uit die kleine groepjes weer met de grote groep te delen. Veel aspecten bleven zo toch onbelicht. Daarmee was het een zeer onderhoudende, maar qua informatiewaarde ietwat teleurstellende bijeenkomst.

Maar er is altijd nog de website!

opinie

28 oktober 2012

Stedebouw of stedenbouw?

Sinds jaar en dag werd het woord stedebouw als stedebouw geschreven. In 2005 maakte een nieuwe versie van het Groene Boekje daar echter een eind aan, door met nieuwe aanwijzigingen voor de fameuze 'tussen-n' te komen. Sindsdien is het apenrots en pannenkoek, ipv. aperots en pannekoek. En stedenbouw ipv. stedebouw.

Intussen is het 2012 en hebben we sinds kort ook het concurrerende Witte Boekje - een initiatief van een aantal media en het genootschap Onze Taal. In deze spellingswijzer wordt de tussen-n traditioneler behandeld en is het ook weer stedebouw en stedebouwkundig.
Dat betekent dat de overheid en het onderwijs weliswaar nog altijd conform het Groene Boekje stedenbouw met een -n moeten schrijven, maar de rest van Nederland conform het Witte Boekje weer gewoon kan doen.

En zo hoort het ook, want de spelling in het Groene Boekje is gebaseerd op een totale misvatting. Het woord 'stede' in stedenbouw verwijst naar 'plek', zoals bv. in haardstede of bedstee, en NIET naar stad. Een stedebouwer bouwt geen steden, maar [ver]bouwt plekken of ruimtes, al dan niet in de vorm van gebouwen. Het is dus stedebouw en geen stedenbouw, net zoals het landbouw, tuinbouw en bosbouw is, en niet landenbouw, tuinenbouw en bossenbouw. Ook volgens de regels van het Groene Boekje zou daar geen tussen-n moeten staan.
De afgelopen honderd jaar hebben grote voorgangers als Granpré Molière en Zandvoort precies deze uitleg al meerdere malen gegeven. En dat is belangrijk. Want een foute naam schept verkeerde verwachtingen van wat een stedebouwer doen moet.



De stedebouw is een vak van de lange adem. I rest my case.

 

event

23 oktober 2012

Zelf fijnstof meten

Altijd al een keer zelf fijnstof willen meten in je eigen straat? Het project iSPEX biedt je de kans om dat te doen. iSPEX is een geheel nieuwe manier om fijnstof te meten. Door een opzetstukje voor de lens van je iPhone te klikken wordt je smartphone een wetenschappelijk instrument dat fijnstof meet.

Het principe is gebaseerd op dat van de Spectropolarimeter for Planetary Exploration [SPEX], maar is aangepast om door zoveel mogelijk mensen te kunnen worden gebruikt. Het direct betrekken van het publiek bij fijnstof onderzoek vergroot de bekendheid van het probleem èn biedt veel extra informatie voor wetenschappelijk onderzoek.

Dit project moet met 10.000 deelnemers het grootste Nederlandse citizen science project worden. Iedereen krijgt een gratis iSPEX-opzetstukje voor iPhone 4 of iPhone 4s en de bijbehorende gratis iPhone app en kan dan aan de slag.

Op een zonnige dag in mei 2013 moeten alle iSPEX-gebruikers metingen uitvoeren. Deze metingen worden gecombineerd met professionele metingen en met metingen van iSPEX op een weerballon. Alle data samen wordt verwerkt tot een kaart van fijnstof boven Nederland. Als dit succesvolle resultaten oplevert, kunnen er eventueel meer meetdagen worden georganiseerd.

Het iSPEX-team bestaat uit mensen die werken bij Nederlandse Onderzoeksschool voor Astronomie [NOVA], het Nederlands Instituut voor Ruimte Onderzoek [SRON], het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM] en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut [KNMI].

Jezelf aanmelden kan binnenkort via www.ispex.nl

space syntax intro 08

17 oktober 2012

Beweging en detailhandel

In een groeiend dorp of zich ontwikkelende stad vestigen de eerste winkels zich aan de drukste straten. Locale klanten, passanten en doorgaand verkeer: alles helpt de ondernemer zijn brood te verdienen.
Op een gegeven moment keert de wal echter het schip: de stad wordt zó groot en sommige straten zó succesvol dat winkelend publiek, doorgaand verkeer en laden&lossen elkaar in de weg gaan zitten. Functies moeten deels gescheiden worden.

Space syntax biedt vele aanknopingspunten om dat te doen. Topological Choice [links] toont bijvoorbeeld de hoofdstructuur waarover het autoverkeer primair afgewikkeld moet worden. Integration [rechts] toont de meest kansrijke winkelstraten.



Interessant is hoe beide kaartbeelden zich tot elkaar verhouden: deels overlappen ze, deels ook niet. Waar ze overlappen scoort soms de ene variabele hoger, soms de andere.
Dit alles betekent dat uit deze kaarten een enorme rijkdom aan zeer verschillende vestigingsvoorwaarden kan worden gedestilleerd. Waar de fashion shop of HEMA heen moet, waar de buurtsuper, waar de bouwmarkt of IKEA.

Als gemeente een beslissing nemen over de verkeerscirculatie is dus altijd ook een beslissing nemen over economische potenties. De verfijnde nuances daarin blijven al te vaak buiten zicht. Space syntax helpt om alle argumenten, zowel voor als tegen, op tafel te krijgen. Daar zijn zowel bewoners als ondernemers bij gebaat.

Het almaar groter wordende probleem van winkelleegstand is zeer goed te onderzoeken middels space syntax. Glashelder wordt zo welke winkelstraten nog toekomst hebben en welke veel minder. En wat aan dat laatste misschien nog gedaan kan worden.

space syntax intro 07

16 oktober 2012

Luie hersens

We zijn geneigd te denken dat we allemaal de kortste weg van A naar B nemen. Vooral in situaties die we goed kennen: De weg van huis naar werk, van school naar vrienden, etcetera. Zo simpel is het echter niet.

Het voorbeeld hieronder toont het stratennetwerk van Velp, op twee manieren doorgerekend: Links op de slimste routes als je werkelijk geen stap te veel wil zetten ['Metric Choice']. Rechts op de routes die je kiest als je geen zin hebt om voortdurend te moeten beslissen over links- of rechtsaf slaan ['Topological Choice'].



Veruit de meeste mensen bewegen op de tweede manier door een stad of buurt. Als ze die omgeving goed kennen wordt dat effect iets minder. Maar alleen jonge kinderen zijn bereid om een buurt werkelijk in detail te verkennen en die kennis te benutten.

We nemen dus liever de makkelijkste dan de kortste weg.
De luiheid van onze hersenen wint het van de luiheid van onze benen.

 

space syntax intro 06

22 januari 2012

Wat is 'centraal gelegen'?

Vraag een willekeurig iemand op een plattegrond het centrum van een hem onbekende stad aan te wijzen, en hij wijst gegarandeerd naar 'het visuele midden'. Als de verzameling bolletjes linksboven in de illustratie die stad is dus het rood aangeduide bolletje.

Er zijn echter meer en betere manieren om centraliteit te vinden en definiëren. Linksonder zijn de twee bolletjes roodgekleurd die de meeste verbindingen met directe buren hebben. Wie een shoarmatent of buurtsupermarkt wil openen, kan dat het beste hier doen.

Rechtsboven is daarentegen het bolletje roodgekleurd dat de beste verbindingen heeft met alle bolletjes samen: Wie een grootwarenhuis of een exclusieve modezaak wil starten, kan doorgaans hier het best terecht.

Behalve bestemmingen kunnen natuurlijk ook routes centraal liggen. Rechtsonder is aangegeven via welke bolletjes het meeste stadsverkeer zich een weg door de stad zal zoeken. In dit geval is dat dwars door de eerdergenoemde centra. Maar dat hoeft niet per se zo te zijn.

space syntax intro 05

15 januari 2012

Hoe ver is ver?

Je hebt honger. Het is een lange dag geweest en je wil NU eten. Als je midden in een stad staat, heb je veel mogelijkheden om uit te kiezen. De Mexicaan zit daar ergens links, de Thai recht vooruit, en rechts ligt dat straatje waar ook nog iets schijnt te zitten. Welk van de opties is het meest dichtbij? Stedenbouwkundigen en verkeerskundigen hebben daar doorgaans een schijnbaar simpel antwoord op: Meet de afstanden op een kaart et voila. In de praktijk blijkt deze 'metrische afstand' echter een matige voorspeller van hoe mensen zich werkelijk gedragen.

Onze hersenen meten afstanden echter vooral op een andere manier: in 'beslismomenten': De Sushibar? Dan moet je rechtdoor tot de stoplichten, dan rechtsaf tot je rechts de kerk ziet en dan is het links nog een stukje doorlopen. Zo'n route met twee beslissingen is aantrekkelijker en makkelijker te begrijpen dan een route met drie of zelfs meer beslismomenten. De keus voor een bestemming en route blijkt primair bepaald door de structuur van het stratennetwerk.

Daarnaast speelt nog een derde factor: Hoekverdraaiingen. Mensen houden niet van ingewikkelde routes die steeds weer onduidelijk van richting veranderen. Echt rechtdoor, terug en duidelijk links- of rechtsaf hebben, binnen beperkte marges, duidelijk de voorkeur, evenals het beperken van de totale hoekverdraaiing.
Biologen hebben aangetoond dat sommige roofdieren de werkelijkheid middels een rechthoekig grid 'interpreteren'. Blijkbaar zijn mensen niet anders.

Space syntax neemt zowel de metrische, de topologische als de angulaire afstand in ogenschouw en bouwt zo een genuanceerd beeld op van de werking van een stratenpatroon.

space syntax intro 04

20 november 2011

Meten is weten

Hoe gaat dat lezen van het netwerk in zijn werk? Eigenlijk heel eenvoudig. De software vertaalt het netwerk automatisch in een wiskundige grafiek. In deze grafiek is in één klap de positie van elke straat ten opzichte van zijn buren en in de totale hiërarchie van het stratennetwerk zichtbaar.

De grafiek op zijn beurt vormt voor de software de basis voor tal van mogelijke berekeningen. Deze berekeningen geven gedetailleerde informatie over de werking van het netwerk als geheel, plus de bijdrage daaraan van en consequenties voor elke afzonderlijke straat. Een spreadsheet presenteert de resultaten wiskundig.

Voor een overall view is het kaartbeeld het snelst, handigst en meest inzichtelijk. Elke straat krijgt een kleur toebedeeld, aan de hand van de berekende resultaten. Rode/oranje tinten representeren hoge waarden, en groene/blauwe tinten lage waarden. Jammer is dat dit binnen space syntax gebruikelijke kleurenschema onleesbaar is voor 5% van de bevolking: Degenen die kleurenblind zijn. Gelukkig zijn inmiddels ook alternatieve kleurenschema's beschikbaar.

Wat dit alles oplevert is een abstracte beschrijving van de stad in wiskundige termen. Het grote voordeel hiervan is dat elke uitspraak zo toets- en controleerbaar wordt. Niet meer die voor stedebouwkundigen typerende wollige en vaak zeer persoonlijke uitspraken als 'beter dan' of 'minder goed als', maar harde feiten en cijfers als basis voor discussie, beleid en ontwerp.

space syntax intro 03

13 november 2011

Lees het netwerk!

De mens bouwt het netwerk, en omgekeerd bepaalt het netwerk mede het dagelijks leven van mens. Dat betekent dat in de opbouw van het netwerk een schat aan informatie verscholen ligt over het functioneren van de samenleving. Geef een geoefende platttegrondenlezer een netwerkkaart van een hem onbekende stad, en hij zal binnen no-time kunnen uitleggen waar het historische centrum ligt, waar waarschijnlijk de winkels zijn, waar de belangrijkste bedrijventerreinen liggen en waar de intieme woonbuurtjes.



Space syntax maakt het mogelijk deze uitspraken aanzienlijk scherper te stellen en beter te onderbouwen. De locatiekenmerken van een goede winkelstraat zijn wereldwijd hetzelfde, en winkelgebieden en bedrijventerreinen volgen veranderingen in het netwerk nauwgezet. Dit grootschalige, generieke economische netwerk drijft op een onderliggend, kleinschalig netwerk van woonstraten en woonbuurten. De kenmerken van deze buurten zijn cultureel bepaald en dus overal ter wereld juist verschillend.
Space syntaxonderzoek is daarom zowel een zoektocht naar enerzijds de universele vorm waarin economische krachten steeds opnieuw stollen, en anderzijds het specifieke maatwerk waar het aankomt op de mens in zijn eigen directe woonomgeving.

 

space syntax intro 02

6 november 2011

De mens, de stad en de mens

De mens ziet en beleeft de wereld zoals die zich direct om hem heen voordoet. Stedelijke netwerken worden van onderaf opgebouwd, van onderaf leven ingeblazen. Space syntax beschrijft die langzaam complexer wordende structuur van de fysieke stad, en legt aan de hand van die constructieve beschrijving verbanden met het feitelijk gebruik.

Want structuur en gebruik hangen natuurlijk met elkaar samen: Omdat veel mensen van plek A naar plek B willen, leggen zij een straat aan, en omgekeerd maakt die straat dat juist daar mensen gaan lopen, werken en winkelen.



Dat betekent dat een space syntax analyse van een stad een model biedt op basis waarvan vele stedelijke aspecten gedetailleerd en in relatie tot elkaar bekeken kunnen worden. De effecten van een bouwproject, binnenstedelijke herstructurering of een structuurvisie kunnen zo vooraf gesimuleerd en achteraf getoetst worden. Dus niet apart een verkeersmodel, apart een detailhandelsvisie, en apart onderzoeken naar segregatie en bepaalde vormen van criminaliteit, maar alles integraal op hoofdlijnen samengebracht.

Space syntax beschrijvingen zijn zowel wiskundig als visueel. Stedelijke netwerken worden doorgerekend aan de hand van de gevraagde variabelen. Dit resulteert in lange tabellen waarin aan elke straat, elk plein en elke weg in het netwerk waarden worden toegekend. Binnen projecten zijn het vooral de op die cijfers gebaseerde kaartbeelden die een robuust en begrijpelijk fundament leggen voor ontwerpbeslissingen.

 

 

space syntax intro 01

26 oktober 2011

Wat is space syntax?

Netwerktheorieën hebben het afgelopen decennium enorme stappen voorwaarts gezet. In Nederland is daarvoor binnen ontwerpdisciplines veel belangstelling op conceptueel-filosofisch niveau. Het ontbreekt echter aan concreet toepasbaar gereedschap.

Space syntax moet dit hiaat in de beroepspraktijk helpen vullen. Space syntax is de verzamelnaam voor een theorie, onderzoeksmethode èn bijbehorende software die in Nederland nog nauwelijks praktisch worden ingezet, maar in enkele andere landen al enigszins gangbaar worden.

Space syntax stelt dat het stedelijke netwerk van straten, pleinen, grachten, wegen en stegen een cruciale factor is voor het functioneren van de stad als sociale gemeenschap. Haal dat netwerk weg en gans het raderwerk staat stil. Logisch, want omgekeerd wordt dat netwerk aangelegd en onderhouden om ons leven in de stad aan de praat te houden.

Middels space syntax kan de stadsstructuur concreet, wetenschappelijk onderbouwd en in detail onderzocht worden. De software die dat mogelijk maakt is momenteel vrijwel uitsluitend voor non profit research aan onderwijsinstellingen beschikbaar. Commercieel gebruik is niet toegestaan. In de komende jaren zal daar echter verandering in komen.

Deze blog loopt daarop vooruit en biedt middels wekelijkse updates een simpele inleiding in de ins en outs, voors en tegens van de methode.
Blijf luisteren!

4 oktober 2011

DNKJWL!!

Om te beginnen een stevig DNKJWL!! aan: Joris Dresen, Tijl Dejonckheere, Nam Chu Hoai, Violeta Ferré Puntos, Alec Baravik, Mark Klaarenbeek, Rolinde de Smidt, Levon Dindar, Core de Reeper, Balázs Dukai en Julia Fermin voor hun vele bijdragen.

En aan Lisa Dalhuijsen van Studio With voor ontwerp, bouw en onderhoud van deze site!